Feeds:
Berichten
Reacties

Brief II

weet je

soms vind ik zingen op schreeuwen lijken

terwijl een schreeuw me als muziek klinkt in de oren

 

dan ervaar ik

de groei van onkruid

als een vraag

die niet beantwoord werd

maar onder de loep van onvermogen

verkeerd werd uitvergroot

 

 

niet altijd

is gras een vriendelijk

wuivend groen

er leven beestjes

die op je voet springen

en meereizen

 

zo er

in welke brief dan ook

gedachten meeliften

die niets van doen hebben

met het verhaal dat je vertelt

 

de bloemen zijn aan de lezer

zeg ik je, zij maken af wat jij tot een

boeket schikte

 

misschien staat je liefde

in een vaas die te hoog is

 

de kopjes van nog niet ontloken rozen

piepen boven de rand uit als kinderen

die binnen gluren bij niets vermoedende mensen

 

ze snijden brood aan of

doen een spel

 

 

brieven lief handelen als gedichten

over oorzaak en gevolg, ergens halverwege

raken woorden het spoor bijster denk je dan

 

niet iedereen is toe aan tussen de regels lezen

noch aan aanvaarden dat een viooltje het niet goed doet

tussen een keur aan aardewerk potten

waarin oleanders staan te schreeuwen

 

 

het is moeilijk, wil ik je zeggen

vergeten is lastig als een mierencolonne

je dag in dag uit begroet

 

dat krioelen hè van wezentjes die

jou niet dienen

 

vergeven is een lied

je kunt het uitschreeuwen

zingen, declameren

 

je kunt het doen.

ze gaan verhuizen

buurman bespeelt zijn orgel

vandaag extra hard

het was de dag dat ik je zei

ik ben geen boek

je kunt me niet openslaan

op pagina leeftijd

 

je kunt me ook niet dichtslaan

en ezelsoren heten anders als je

ze in mij maakt

 

dat ik bloemen als brieven zag, zei ik

 

viooltjes brengen goed nieuws

rozen doen me huiveren

hun taal, die scherpe kantjes van verwijt

 

narcissen, ach nee

dat getrompetter aan mijn hoofd

 

het fluweel zachte blad van liefde

de ingetogen soorten

dat zijn de bloemen die ik toesta

ze mogen overal bloeien

 

het was toen ik je zei

dat we elke dag even in de tuin moeten werken

schoffelen, harken, plukken, spitten

 

we hoeven geen opsomming te worden, zei ik

zie, hoog aan het firmament vliegt de toekomst

 

dadelijk landt hij

je zult zien dat hij geen bedreiging vormt

voor de jonge vissen in ons hart

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

onaangeroerd
het taartje in de koelkast
dag na moederdag

Brief

de langste – alhoewel – brief ooit

schrijf ik aan jou

hij bevat de tuin waarin

onkruid hardnekkig de kop

op blijft steken tussen de stenen

van het terras

 

het gras is meer een madeliefjesveld en

de prunus – maar dit weet je wel – is gestorven

 

de goudenregen wil gaan bloeien maar

gezonde groei belet hem, de blauwe regen daarentegen

groeit als kool maar bloeit niet

 

de vijver gaat hier weg

de haag tussen ons en de buren

het fluitfabriekje – je weet wel –

hij is dun, het woord armetierig valt me in

 

armetierig

 

zondag floot er een merel, vlak boven ons hoofd

wat klonk dat hard

veel mussen zien we hier niet meer

soms een vinkje, een enkele keer een roodborstje

wat duiven, kraaien, eksters

 

op het terras staat een nieuw zitje, nou ja nieuw

het stond in de kringloop, was net binnen gebracht

ik heb het zonder nadenken gekocht

 

het is groen, er bladdert verf vanaf, de tafel bleek stuk

 

vannacht droomde ik van een man waartegen ik zei dat ik

een beetje van hem hield, een beetje, herhaalde hij

in zijn ogen stond iets speciaals, ik omschrijf het nu

als teleurstelling maar misschien was het iets anders

 

we omschrijven elkaars handelingen vaak verkeerd

woorden komen anders over, ons toegeworpen blikken

vullen we zelf in

 

praten is lastig, de een zegt te veel, is te scherp, te klip en klaar

de ander zegt ja en denkt nee, weer anderen willen niet eens praten

maar vertellen anderen desondanks over de nooit gevoerde

gesprekken dat ze vervelend waren, ze weten zelfs precies waarom

 

 

de tuin is een heldin, met haar kan ik lange gesprekken voeren

ik durf gerust te zeggen tegen haar dat ze er niet uit ziet en het

kost me geen enkele moeite om het hoofd te buigen voor haar

 

het is mijn schuld, vertrouw ik haar toe, alles wat fout ging is

mijn schuld of wordt op mijn schouders gelegd

 

ik kleur mijn tuin niet in met oordelen en zij vertrouwt mij alles toe

haar ongelukkig bruin en de verpieterde verlangens om

eens grondig uit te pakken

 

ze is altijd thuis en weet precies wat ze aan me heeft

dat is liefde denk ik, liefde in haar zuiverste vorm

wat ik je kan bieden

zijn de schepen die niemand

heeft vastgelegd

 

ze dobberen over de oorsprong van mijn hart

 

 

eens was ik een moeder

ik droeg een kind, baarde het, aanbad het

 

 

aan de rand van het gebed staat de duivel

hij slaat roestige spijkers in een geheel

dat we niet overzien

 

we

zijn ik en de plant die niet groeien wil

 

zwijg toch wind, zeggen we