Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Korte biografie’ Category

beperkingbbbb

Read Full Post »

Soms word ik boos op je. Zomaar ineens, echt heel erg boos. Misschien zou ik je in het gezicht slaan als je dan opdook, zo boos. Het is vreemd, ik weet het, je bent dood. Al een paar jaar intussen en ik denk al een poos niet elke dag meer aan je. Als ik iemand zie die op je lijkt, iemand die lacht en praat, zijn arm om een vrouw slaat of een ons achterham bestelt bij de slager. Als ik iemand zie fietsen, of ergens op een bankje zie zitten zoals laatst in Frankrijk en zo door en door besef dat dit met jou niet meer gaat gebeuren, dat je al die kansen liet schieten, ja, dan word ik soms zo vreselijk nijdig.

Je bent de enige niet die zichzelf dood liet gaan. Dagelijks word je nog van het spoor gehaald, naar het ziekenhuis gebracht om je maag leeg te pompen. We springen je na in het water, reanimeren je, zetten je dag in dag uit voor het raam met een goed zicht op het leven. We doen zo ons best om je te helpen inzien dat het leven al kort genoeg is. Dat je vanzelf wel wordt opgehaald. Geniet toch, proberen we je aan het verstand te peuteren, kijk dan toch, probeer het.

Ik heb het recht niet om boos te zijn en misschien ben ik ook wel niet boos maar verwar ik het intense gevoel dat me zo nu en dan bekruipt met verdriet. Met machteloosheid. Ik kan soms niet naar dat beeld van mezelf kijken, die uitsloofster van toen. Je weet wel, zij! Ze bracht een bouwpakketje mee van een Rietveld stoel. Ze sleepte je mee naar kringloopwinkels, restaurantjes, de AA en deed je was toen je zover was dat je naar een ontwenningskliniek ging. Ze kocht van die stokken voor je, hoe heten ze ook alweer, stuurde puzzelboekjes (want dat was goed voor je geheugen) en maakte het grote H boek voor je.

Je ging met vakantie, schreef leuke brieven, verhalen, eigenzinnige – soms door bijvoorbeeld Coetzee of Kafka beïnvloede – gedichten, en zei lompe dingen tegen vrouwen waarvan je dacht dat ze wel met je zouden willen zoenen als je ze direct benaderde. Zal ik met je mee naar huis gaan, vroeg je eens tijdens een van je vakanties aan een vrouw waarmee je had zitten borrelen. Het werkte averechts natuurlijk en het leverde een lollig verhaaltje op. We bespraken literatuur en maakten ruzie over te verwaarlozen dingen en ik waarschuwde je toen het weer fout begon te gaan. Je luisterde niet maar zette me op een zijspoor.

 

Ja jongen, soms word ik zo pislink op je. Omdat je precies haar die je dondersgoed begreep probeerde te lozen. Ik weet wel dat je dat niet deed, dat je me ontliep omdat het gewoon te lastig was om mij te zien. Ik was te confronterend voor je. Immers, ik wilde dat je leefde en jij wilde dood. Facebook had daar onbedoeld – maar toch – een stevige hand in. Niet alleen ik legde het af hè tegen die vluchtige, begripvolle berichtjes van toch voornamelijk onbekende mensen. Zij wisten immers niet dat je mij vaak belde, overstuur, nerveus en in verwarring gebracht. Wisten je vrienden van facebook veel; dat het aanvankelijk best goed met je ging, dat ze niet altijd in konden schatten hoe het bij jou werkte, hoe je informatie steeds selectiever tot je begon te nemen en aandacht verwarde met daadwerkelijk investeren in de mens achter zijn toetsenbord.

Op de valreep heb je nog even spijt gehad en overwoog je om het nog een keer te proberen, eens te kijken of je het leven niet toch kon omarmen maar ja, toen was je lichaam al zo’n beetje daar hè.

Nou , heb ik dit niet mooi voor je samengevat? Sorry voor de punten waarop ik ernaast zit. Ik worstel hier ook maar wat weet je. Misschien is dat het wat zelfdoding doet met de nabestaanden. Ze begrijpen het en ze begrijpen het niet. Accepteren is dan wat rest en leegte die je heel lang met de beste wil van de wereld niet meer krijgt gevuld. Dat gemis, aan lachjes, telefoontjes, cadeautjes en kansen.

Maar liefde en vriendschap blijven, maak je daar geen zorgen over. Groetjes aan de andere wolkeigenaren.

Read Full Post »

Hier is het dan. Fluitfabriekje, een schattig boekje met 10 haiku van mijn hand. Ze gaan alle tien over dieren, geen van die dieren is beschreven op de wat meer klassiekere manier maar op een – toch wel- typische Jeanine manier, ik denk wel dat ik dit mag zeggen. Het prachtige omslagje is een ontwerp van: Flora de Jong

Het boekje werd gedrukt, gebonden en uitgegeven door Triona Pers te Houwerzijl en verscheen in een oplage van 175 exemplaren.

 

Het kost je slechts 4,25 inclusief verzenden binnen Nederland en 4,75 inclusief verzenden naar België. Zelfs de verzendkosten naar Duitsland en overige landen zijn te overzien,

 

Wat let je om er een aan te schaffen. Je hebt toevallig mijn site aangeklikt en leest dit of volgt me al jaren. Grijp je kans . Bij bestelling van Pauwenveren en judaspenning doe ik het boekje er gratis bij. Dit aanbod is geldig tot 2 april 2016. Dan ben ik weer een jaartje ouder en misschien een stuk wijzer en zakelijker. Zo Adriaan Heinen van de bekende boekhandel te Den Bosch me eens met een knipoog zei: Ook boekhandels moeten leven weet je, zo zeg ik met diezelfde knipoog: Ook dichters moeten leven weet je.

 

Bestellen gaat eenvoudig, stuur me een mailtje: jeaninehoedemakers@home.nl

Of ga naar:

http://www.zolderman.nl/triona/klein.html

 

 

 

Let op: De verzendkosten van Pauwenveren en judaspenning zijn hoger.

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Read Full Post »

Het is november 1985, mijn eerste bundel, Onzichtbare tastbaarheid, is pas verschenen en ik heb meteen na het verschijnen 10 exemplaren naar boekhandel Adr. Heinen in Den Bosch gebracht. Na een paar weken zie ik dat ze op zijn en besluit om 10 nieuwe bundels te brengen en de andere tien af te rekenen. Het is niet mijn hobby. Om heel eerlijk te zijn durf ik de winkel nauwelijks in sinds die bundel er ligt. Angst dat hij niet verkocht wordt, angst dat hij wel verkocht wordt en dat ik dan iets zal moeten ondernemen en gewone verlegenheid weerhouden me. Ik spreek mezelf moed in en stap op Adriaan Heinen af. Een, in mijn ogen, knappe erudiete man en bovendien eigenaar van de winkel. Een man met aanzien. Ik vertel wat ik kom doen, hij glimlacht en vraagt wat ik van hem krijg. 150 Gulden, antwoord ik triomfantelijk. Oh ja, zegt hij, zijn ogen beginnen te twinkelen, en wat krijg ik? Ik voel mijn wangen rood worden en stamel dat hij niks krijgt omdat daar niets over is afgesproken. Hij loopt naar de kassa en geeft me 150 gulden. Dan neemt hij de 10 nieuwe bundels in ontvangst. Zullen we over deze bundels maar wel iets afspreken? stelt hij lachend voor, boekhandels moeten ook leven weet je.
Het duurt een hele poos eer ik de winkel weer in durf.

Read Full Post »

Naast de deur van haar kamer hangt een foto

waarop ze lacht, precies zo ik haar graag zie. Of zag moet ik zeggen, want nu

ze er niet meer is gaat het spreken over haar verder in verleden tijd. Ze was

mijn moeder, ze is mijn moeder, ze bleef het en blijft mijn moeder. Taal past

zich gemakkelijker aan dan mijn gevoel, gemakkelijker ook dan mijn ratio.

Ik stap de kamer binnen en de gedachte welt in me op dat

eerst het hart moet worden opgeruimd.

 

 

 

het hart van de kamer

herinneringen trekken aan me

als zijn het piranha’s.

 

 

 

 

 

Haar kleren. Ze geven me haar ademhaling, de geur van haar

parfum terug. Ze laten me zien hoe we met elkaar omsprongen, wanneer ze

geërgerd was of juist pret had. Haar kleren vertellen me dat ze er graag mooi

uitzag. Ze vertellen me ook dat ze achteruit ging, kleding werd aangepast.

Gemakkelijker te wassen kleding, hoger gesloten truitjes en hemden, lange

broeken die niet zo opkropen nu ze de hele dag in haar stoel zat.

 

 

 

ze houden zich op

in haar trui, haar blouse

kleine momenten

 

 

 

Op de wekker die op de vensterbank staat is het nog geen elf

uur, op haar horloge is het 10 over 11. Ik bedenk me dat ze al een half uur

klaar zat als ze werd opgehaald. Aan te laat komen had ze een hekel, vandaar

waarschijnlijk dat het horloge voor loopt. De wandklok tikt onverstoorbaar

voort en slaat dan 11 uur. Hij slaat alsof het hem maar moeilijk afgaat. Hier

trekt de tijd het nauwelijks. De wekker begint te kukelen, een grapje van mijn

broer.

 

 

 

geen klok loopt gelijk

we maken er een spel van

de tijd en ik

 

 

 

Het valt me zwaar veranderingen aan te brengen. Wat bewaar

ik, wat gooi ik weg. Wat zou ze zelf gedaan hebben.

 

 

 

een corsage

al driemaal verlegd vraagt erom

te worden weggegooid

 

 

 

 

 

Wat weg kan, in vuilniszakken. De spullen voor de

kringloopwinkel in dozen.

 

 

 

zorgvuldig

opgeborgen in mijn tas 

wat oude foto’s

 

 

 

Moe en, zo realiseer ik me, niet voldaan, trek ik de deur

van haar kamer achter me dicht.

 

 

 

met het uitruimen

van haar kamer, ruimde ik

ook mijn hart uit

 

 

 

Eenmaal thuis aarzel ik lang voordat ik haar naam wis in

mijn mobieltje. Alsof ik haar ermee ontken, afval, te snel al uit mijn leven

ban, maar ik ban haar niet. Ik haal de foto van toen ze een jong meisje was uit

mijn tas en zoek naar gelijkenis. Gelijkenis met mezelf, mijn zus, met haar

zelf. Wie is dit meisje?  Als ik de foto

omdraai zie ik in mijn eigen handschrift staan; deze foto is van Jeanine.

Dit is goed voor een lach.

 

 

 

precies op de plek

waar ik haar altijd al draag

vind ik haar terug

 

 

 

Het is tijd om mezelf te vermannen. Alles veranderde door

haar dood maar niets verdween.

 

 

 

 

 

zojuist weggegooid

de code van de deur 

waarachter men haar ving

 

Read Full Post »

oztjeanine1

Read Full Post »

Broeder Johannes, soms moet ik ineens aan hem denken. Zijn gezicht kan ik me niet goed meer voor de geest halen maar ik herinner me zijn bescheiden manier van spreken, de aarzelende manier waarop hij contact met me zocht en zijn cadeaus. Het is 1984 als ik voor het eerst kennis met hem maak. Omdat ik bevriend ben met een kunstenaar kom ik op allerlei plekken waar ik zonder deze kunstenaar nooit zou zijn gekomen. Ik maak kennis met literaire avonden en ontmoet mensen als Cornelis Verhoeven, Seth Gaaikema, Hans Vlek en een hoop mensen waarvan ik me de namen niet meer herinner.

Ook ontmoet ik broeder Johannes. We geven elkaar een hand en zonder al te veel woorden te wisselen lijken de juiste ingrediënten aanwezig te zijn voor een – achteraf bezien –  vriendschap die niet zo heel lang zou duren.

Het was door diezelfde kunstenaar dat ik op kunstmarkten stond met mijn tekeningen en spatwerk. Veel had het allemaal niet om het lijf al dacht ik daar toen anders over. Ook verkocht ik doosjes geluk. Deze doosjes vouwde ik uit de randen die afvielen van het door mezelf ingelijste spatwerk. De tekeningen waren doorgaans portretjes die ik op de markt zelf maakte van voorbijgangers. Een enkele keer lieten ouders hun kind door me tekenen. Als het portretje klaar was maakte ik daar dan een clowntje van en werd het gekocht. Als bijstandsmoeder kon ik dat geld best goed gebruiken, al ging het vaak weer op aan tekenmateriaal en lijstjes.

Broeder Johannes was een trouwe bezoeker van mijn kraam. Hij kocht soms een doosje geluk, bleef even staan en zocht naar woorden om zijn verblijf aan mijn kraam te verlengen. Vaak bracht hij een dichtbundel mee. Altijd oude bundels van Jan Goeverneur, Ten Kate, Albert Verwey, van P.A. de Génestet, dat soort namen. Ik voelde me vereerd en serieus genomen als we een gedicht uit een van die bundels bespraken. Toen Het meer van minder verscheen kreeg ik van Broeder Johannes een plantje. Waarom ik dat toen dacht weet ik niet maar ik dacht, dit plantje moet overleven, als het sterft dan sterft ook mijn inspiratie. Belachelijk. Lang heeft de plant in mijn huiskamer gestaan en overleefde zelfs een verhuizing. Uiteindelijk is de plant gestorven maar zoals mensen dat soms doen bij een huisdier – zij nemen voordat het zover is alvast een nieuw jong hondje – zo had ik intussen precies dezelfde plant staan. Deze plant is inmiddels eveneens een keer meeverhuisd. Hij heeft geen sterke stam, we hebben er stokjes langs gezet en een dezer dagen zal ik hem eens overpotten.

Broeder Johannes is door de aanwezigheid van deze plant altijd in mijn leven gebleven. Soms kijk ik naar de plant en herinner me de andere plant. De plant die ik van hem kreeg. Ik denk toch dat je zoiets liefde kunt noemen.

Read Full Post »

Older Posts »