Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Proza’ Category

Dag in dag uit zit hij op de bank.  Hij bladert ongeïnteresseerd  door een tijdschrift of kijkt tv, vaak doet hij niks.  Dan zit of ligt hij wat voor zich uit te staren.  Heel af en toe loopt hij naar buiten, ademt eens diep, kijkt naar boven, als zoekt hij daar iets om te gaan doen. Ze probeerde vaak een gesprek met hem aan te knopen. Over politiek of dingen die in en om het huis zouden kunnen worden aangepakt.  Ze stelde voor om samen te  gaan winkelen of een dagje naar zijn zus of haar broer te gaan. Hij legde haar steeds het zwijgen op ;  Je maakt me wakker, zie je niet dat ik sliep.   Sssst, ik luister naar een  vogeltje.

Hij wordt steeds dikker, denkt ze als ze hem naar de laptop ziet lopen, daar zit hij elke dag een uur of langer naar het scherm te staren  en als ze uit belangstelling gaat kijken klapt hij hem steeds net dicht.

Na jaren van proberen om  hem in beweging te krijgen, zelf  niet  ook te verzanden in diezelfde passiviteit, geeft ze het op.  Van de ene op de andere dag zet ze de knop om en vanaf dat moment gaat ze uit met vriendinnen, ze koopt nieuwe kleren, gaat naar de kapper en zet planten en bloemen  in de tuin die zij liefdevol verzorgt. Ze bloeit er zichtbaar van op

Op een dag nestelt  ze zich gezellig op de bank met de Margriet . Vanuit haar ooghoeken ziet ze dat hij naar haar loert en dat hij enigszins verwonderd kijkt. Haar hart maakt een verwachtingsvol sprongetje. Ik zou wel een bakkie lusten, geeuwt hij.

.

.

 

vergeten druiven
zij worden nu aanbeden
door de fruitvliegjes

Read Full Post »

Of ik ook zin had in een appelflap, vroeg een medewerker van de kringloop waar ik was. Hij zat aan een tafel bij een vrouw die iets zat in te pakken. Nou en of, zei ik, mijn voornemen om suikerinname drastisch te beperken vergat ik terstond..
De vrouw siste hem echter iets toe en hij keek me schuldbewust aan.
Sorry mevrouw, er zijn er….., nou eh……, wacht eens even, bond hij meteen weer in, belofte maakt schuld DIRUUUKK! schalde zijn stem door de winkel.
JAAAH!
Hoeveel appelflappen heb jij al op?
EEN!
Oké, wil je dan deze mevrouw aub je tweede appelflap komen brengen?!
De mij altijd bijzonder goedgezinde Dirk begaf zich mokkend naar het personeelskeukentje en keerde nog net zo mokkend terug met een doosje.
Het is voor mijn facebookvrienden, wilde ik zeggen maar ik hield me in bij het zien van Dirk zijn treurige blik. Ik dacht niet dat hij er om zou kunnen lachen, bovendien kreeg ik een poos geleden al eens een tweede bonbon speciaal voor mijn vrienden van hem.
Hij is heerlijk, zei ik even later, zonder me ook maar een moment schuldig te voelen. Hij had er immers al een op.
Toen ik later naar de kassa ging was Dirk allang weer vergeten dat ik hem zijn tweede appelflap door de neus geboord had.
Hij keek naar het boek dat ik op de toonbank legde en begon te blozen. Ja, eh, zzzo kkun je het oook ggewooon zzzzeggen, stotterde hij, iets wat hij nooit eerder had gedaan , althans niet in mijn bijzijn.
Ik hou van je, stond er op de kaft.
.
oude jeugdfoto
het lacht me zonnig toe
dat jonge ikje

Read Full Post »

Een oude heer op een bankje vroeg of ik even naast hem kwam zitten. Ik wilde met alle plezier gehoor geven aan zijn verzoek maar dacht meteen aan de ons opgelegde anderhalve meter afstand. Hij zag mijn twijfel en schoof op . Zo kan het net, zei hij. Ik streek neer op het andere uiterste puntje van de bank en wachtte.
Mag ik iets vertellen? vroeg hij, en wil je me dan alsjeblieft gewoon uit laten praten voordat je meent iets te moeten zeggen? En als je meent iets te moeten zeggen, wil je dat dan alsjeblieft niet doen.
Ik luister tot u klaar bent en zal zwijgen, beloofde ik.
.
Ik ben verdrietig. Ik ben overvallen, vanmorgen, in alle vroegte, door een diep, meeslepend, alles overheersend verdriet. Noem het zielenpijn, hartpijn. Ik weet er geen naam voor maar vanmorgen meisje, pakte alles, wat mij in mijn leven pijn gedaan heeft, zich samen in een kleine zeepbel. Het was een hele mooie zeepbel. Als je de kleuren had gezien, of de reflectie van de kamer, zelfs van mezelf, in dat glanzende bolletje. Het was werkelijk waar prachtig maar enkel om te zien, snap je. Die kleuren, dat glanzen, al die herinneringen, een soort navelstreng opgerold tot een strakke bol en dan in zo’n zeepbel gepropt. Ik hoorde ook een vrouwenstem. De stem klonk vertrouwd.. Ze zei dat ik vandaag naar het park moest gaan. Ik moest op een bank gaan zitten en de eerste de beste passant uitnodigen om naast me te komen zitten. Toen begon ze te fluisteren, ik kon haar niet goed verstaan en vroeg haar laatste woorden nog eens na. Zeg tegen de persoon naast je dat je geen moordenaar bent, zei ze. Maar ik ben wel een moordenaar, wierp ik tegen. Toch wil ik, dat je zegt dat je er geen bent. Die gedachte moet je nu eindelijk eens verlaten, sprak ze streng.
.
De oude heer zweeg en keek me aan. Er biggelden tranen over zijn wangen en langzaam, heel langzaam, sprak hij de woorden uit: Ik ben geen moordenaar.
Ik dacht aan mijn belofte maar ik had ook helemaal geen reactie paraat, zwijgen kostte me geen enkele moeite.
Ik ben niet alleen een moordenaar, ik ben ook een leugenaar.
Een leugenaar?
 
Ja, een leugenaar, je bent de tweede passant namelijk, die eerste passant was een naar persoon in een zwarte cape. Begrijp je meisje, ik denk dat het tijd is om afscheid van het leven te nemen. Dat visioen, die zeepbel, de stem . Het was de stem van mijn vrouw. Haar levensbeëindiging, ik had er deel aan. Tot op de dag van vandaag vraag ik me af of we er goed aan deden maar ze had zo’n pijn, die uitzichtloosheid…….
 
De oude heer stond nogal abrupt op.
Dankjewel voor het luisteren, zei hij.
Graag gedaan, hoorde ik mezelf stamelen.
Ik keek hem na tot ik merkte dat hij dit in de gaten had.
.
 
hangende schouders
niets hoeft te worden gevraagd
het antwoord gaat al

Read Full Post »

Read Full Post »

Meestal wandel ik gewoon door de wijk. Saai, zal je misschien denken maar dat valt best mee. Ik luister naar de vogels, zie hommels, bijen en vlinders, er passeert eens een fietser en soms kom ik een bekende tegen en dan praten we wat. Ik kijk ook altijd naar de tuinen. De ene tuin is goed onderhouden, weer een andere tuin is volgestort met grind. Er zijn onverzorgde tuinen en schitterende tuinen bomvol bloeiende bloemen, waarvoor ik aan zou willen bellen om naar de naam te vragen en eventueel een zaadje, of stekje.

Pas nog was er een oude dame bezig in haar voortuin. Ze had wat dorre takken van een struik geknipt. Ze schoof snel de mouwen van haar vestje naar beneden toen ze me zag maar ik had haar armen al gezien. Ze leken op de takken. Haar ogen daarentegen keken me helder aan, er stonden zelfs pretlichtjes in omdat ze gemerkt had dat ik haar min of meer betrapt had.

Terwijl ze boog om de takken bij elkaar te rapen zei ze; voor je het weet ben je dor hout en dan willen ze je wegknippen, precies zo ik de takken wegknipte. De kunst is het dorre verborgen te houden of om het om te buigen naar iets anders.

Ze hield me de takken voor. Kijk, die zet ik dadelijk tussen wat bloemen in een vaas. Jong en oud, bloeiend en voorbij, het gaat zo mooi samen. Vind je ook niet?

.

in de plantenbak
tussen het jonge groen
iets wat eens bloeide

Read Full Post »

We zijn acht jaar en meestal gaan we met z’n drieën paardrijden. Els, Marijke en ik. Ik rijd altijd op Fury. Els en Marijke kibbelen. Ze willen allebei het liefste op Flikka rijden maar een van hen zal genoegen met White Bless moeten nemen. Dat Fury mijn paard is staat buiten kijf. Het is een vurig paard en de ruiter is net zo vurig. We weten het alle drie, ik ben de aanvoerder.
Soms krijgen Els en Marijke ruzie en dan stapt een van hen boos op. Het vaakst is dat Els, een enkele keer is het Marijke. Ik bemoei me er niet mee omdat ik weet dat ze het altijd weer bijleggen. Ze liggen elkaar gewoon niet zo goed.
Ik vind wel dat de sfeer anders is als een van hen er niet bij is maar er over nadenken waarom dat is komt er nooit van. We rijden paard, galopperen tegen de dijk op en er overheen, werpen onze lasso’s en vangen boeven. We zijn niet uit op onderlinge strijd.
We zijn, ondanks de sporadische strubbelingen een hecht drietal.
.
Op een dag echter verandert er iets nogal drastisch.
Marijke en ik staan klaar bij onze paarden. Marijke heeft, gevaarlijk optimistisch, Flikka alvast gezadeld. We houden onze paarden keurig bij de teugel en wachten, Al meteen als Els er aan komt gerend zien we dat er iets speciaals moet zijn gebeurd. Ze heeft vuurrode wangen en popelt om ons iets te vertellen. We hebben vanmorgen jonge katjes gekregen, roept ze uitgelaten. We vergeten onze paarden terstond en vragen enthousiast of we mogen gaan kijken. Even is het stil, ze kijkt ons aan met een strijdbaar, opgewonden gezicht. Dat kan niet, zegt ze triomfantelijk, ik heb ze verdronken in een emmer.
.
het kevertje
op de rug van haar hand
doodslaan, vraagt ze
.
Ik gebruikte niet de echte namen!

Read Full Post »

“Bestaat er fout vuur?”

Niet precies in die woorden, meer is het haar houding die de vraag lijkt te stellen. Het duurt even eer zij zich uit haar stoel heeft gehesen. Ze kijkt me doordringend aan, resoluut haar rollator voor zich uit duwend. “Ik moet nodig.”

Ik zit als vastgenageld aan mijn stoel en kijk naar haar. In plaats van haar mijn hulp aan te bieden vraag ik me af of het woord rollator in een gedicht zal passen.

Ik denk van wel, maar niet met haar er achter. Niet in een gedicht over mijn moeder. Bestaat er fout vuur?

Terug in de werkelijkheid. “Kijk uit mam!”

“Als ik val dan komt het van die boot,” luidt haar reactie. Ze zit nu op het toilet.

Ik sta op veilige afstand in de deuropening.

“Boot?”

“Hoe heb je me gevonden?”

“Ik heb niet hoeven zoeken.”

“Dat vind ik knap van je, je wist immers niet dat we gingen varen”

Ik schipper tussen vertellen waar we zijn en doen alsof het waar is. Dat het waar is dat we op een schip zitten.

“Er is hier een oud echtpaar en dat houdt nog erg veel van elkaar.”

Ik kijk toe hoe ze haar kleding recht trekt.

“Misschien waarderen oude mensen liefde meer,” ik zeg het aarzelend.

Ze zwijgt.

Ineens wijst ze.

“Ze moeten daar gezeten hebben waarvan niemand wist dat het een plekje was.”

Dan zucht ze en glimlacht naar de verpleegkundige die is binnengekomen om haar medicijnen te brengen.

Als het meisje weer weg is kijkt ze me aan met dat speciale blikje haar eigen. “Het was een mooie reis, alleen jammer.”

“Jammer?”

“Nou ja, dat die boot niet echt was.”

Ze lacht wat voor zich heen en stelt dan knikkend vast.

“Ja. Er bestaat fout vuur”.

 

.

 

het groene eiland

rechts van het raam

haar sta-op-stoel

Read Full Post »

Een lezing, waar ik een jaar geleden ben geweest, ging over bewustwording van eerdere levens en de eventuele invloed op je leven nu
Dit in het kort gezegd.
Ik heb lang niet alles onthouden van wat er zoal gezegd werd maar ik vond het een boeiende lezing. Wat er gebeurt als je sterft kwam aan bod. Het overgaan naar een andere wereld. Hoe je leven als het ware wordt opgeslagen in een enorm archief.
Dat we allemaal een persoonlijke engel hebben, of een gids, net zo je het noemen wilt. Over dromen werd gesproken en over het werken aan je spirituele ontwikkeling.
Het klinkt voor veel mensen waarschijnlijk nogal zweverig.
Ik ging jaren geleden regelmatig naar dergelijke bijeenkomsten.
Ook bijv. naar lezingen over de Filosofie van de vrijheid van Rudolf Steiner. We hebben toen zelfs een werkgroep opgericht. Wat ik gebruiken kan pas ik toe, waar ik niets mee kan of wat me te ver gaat, leg ik – voorlopig dan toch – naast me neer.
Na de pauze konden er vragen gesteld worden, Ik heb er geen gesteld en de vragen die wel gesteld werden vond ik niet zo boeiend..
Na deze lezing heb ben ik niet meer naar een dergelijke lezing gegaan maar dat ik spiritueel ben ingesteld hoeft geen geheim te zijn.
Je verstand erbij houden kan nooit kwaad en niemand heeft de volledige wijsheid in pacht denk ik.
.
maar bij wie dan
klop ik de kruimels
van de schoot

Read Full Post »

Er is een man die mij leuk vindt, dat ontgaat me echt niet en eerlijk gezegd vind ik hem ook leuk. Hij is jonger dan ik, minstens 7 jaar, denk ik, en hij heeft iets onhandigs. Ik leerde hem kennen toen ik eens een juwelierszaak binnenstapte met een goudkleurig klompje dat ik op een rommelmarkt had gekocht. Ik dacht dat het goud zou kunnen zijn, trok de stoute schoenen aan en ging naar binnen. Het bleek zijn zaak te zijn. Enigszins verlegen legde ik het klompje op de toonbank en vroeg of hij het eens voor me wilde bekijken. Aan zijn gezicht zag ik meteen dat hij het klompje grappig vond. Hij pakte het op, bekeek het aandachtig en woog het in zijn hand zowel als op een weegschaaltje.

.

 

even op zoek

in het winkelstraatje

van zijn gedachten

.

 

Het is geen goud, stelde hij vast. Spijtig dat het geen goud was natuurlijk maar ach. Een paar weken later stapte ik opnieuw zijn zaak binnen. Dit keer met een gouden ketting waarvan ik de keuren niet herkende. Opnieuw ging er een gezellige aantrekkingskracht van hem uit en voelde ik dezelfde plezierige spanning, die ik ook de vorige keer gevoeld had. Sinds dat tweede bezoek kennen we elkaar een beetje. Ik ga af en toe met een, mogelijk, gouden sieraad naar hem toe en kom hem met enige regelmaat tegen in de passage. Hij in een keurig grijs pak, dat altijd iets van dat keurig verliest met hem erin. Ik in mijn blauwe jas met nepbontkraag of in mijn paarse bisschopjas en heel soms in een rood jasje dat ik opduikelde in de kringloopwinkel. Hij lacht al op voorhand naar me, ik hoef er niets voor te doen, mezelf zijn is voldoende. Vandaag zag ik hem weer, het was nu al een tijdje geleden. Omdat hij net een klant uitliet, liep ik zonder storend groeten door maar ik zag nog net vanuit mijn ooghoeken dat hij me zag. Ik zag een verraste blijdschap over zijn gezicht glijden en dat hij – heel even- zijn klant, een in mantelpakje gestoken dame op leeftijd, vergat en zich wat naar voren boog om me beter na te kunnen kijken. Wauw dacht ik, de lente is weer in het hart.

.

 

die heerlijke geur

ik loop nog eens langs

om hem te ruiken

Read Full Post »

Het is voor zover ik me herinner op een zondagmiddag. Ik sta op het perron, de trein loopt binnen en ik stap in. Ik vind een mooi plekje voor mezelf alleen, echter dit duurt niet lang. Drie opgeschoten knullen van Marokkaanse afkomst komen bij me zitten. Ze zijn in een ‘jolige’ stemming en zoeken op een wat pesterige manier contact met me. De jongen die naast me zit heeft een sterk oogcontact met de oudste van de drie die pal tegenover me zit. Hij schuift een beetje naar me toe. Zo mevrouw, gaat u op reis? Ja, jullie ook? Ze grinniken en ik lach ze toe. Dan, als ik voel dat ze zin in een pretje lijken te hebben vuur ik mijn vraag af.
Lezen jullie wel eens gedichten?
Huh!?! Wat heb je daar nu aan!
Nou, om te beginnen, je kunt er je gevoel in kwijt of je leest dat iemand anders het hetzelfde voelt als jij, ook al staat het er niet precies zo, je voelt het dan door de manier waarop er met taal gespeeld wordt. Ze merken wel dat ik op mijn stokpaardje zit en dat ik nog veel meer zou kunnen en willen zeggen.
De knul naast me schuift van me af, hij aarzelt. Ik schrijf soms een gedicht, geeft hij toe.
De andere twee lachen hem uit.
Wat goed van je, zeg ik, doe je er verder nog iets mee?
Ik zou het wel graag willen.
Ik vertel hem over wat podia waar hij heen zou kunnen gaan. Hij is oprecht blij en de twee andere knullen zijn op heel andere gedachten gebracht. Ze mijmeren nog wat voort over het schrijven van gedichten en we komen aan op de plaats van bestemming als vier mensen die elkaar vonden.
.
mijn reisgezellin
zo noem ik haar, die vrouw
in het coupéraam

Read Full Post »

Older Posts »