Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Proza’ Category

 
Het begon al in mijn jeugd. Sleutelhangers, suikerzakjes, lucifermerken, speldjes, het snoepje van de week van De Gruyter. Alle kinderen verzamelde wel iets. Mijn moeder was ook een verzamelaar, zij verzamelde servies. Geen gewoon servies, nee, nee.
Het was Royal Albert, zoek maar eens op. Samen met haar ging ik soms naar een winkel afgeladen met de voor haar zo begerenswaardige serviesdelen. Beeldjes van merken als Goëbel en nog veel meer fraais zag je daar, ik keek er mijn ogen uit. Vaak mocht ik ook iets uitzoeken en zo ontstond dus toen al – naast het verzamelen wat ik al deed – ook nog eens mijn neus voor de meer exclusieve en duurdere objecten.
Er kwam een tijd waarin het verzamelen een wending kreeg. Het was 1995, we hadden onze huiskamer uitgebouwd en nu was de tuin aan de beurt. Ik was het terras in de achtertuin aan het leggen. Emmer voor emmer sjouwde ik de kleine vierkante stenen naar de tuin om ze daar te leggen. Het was best zwaar werk maar het gaf me ook veel voldoening, want ik werkte als een heuse tuinarchitecte aan een eigen ontwerp. Tijdens dat leggen fantaseerde ik naast gedichten ook over nieuwe doelen om naar uit te kijken. Pas nog was ik bij een haiku dichteres in Huijbergen op visite geweest, zij verzamelde theelepeltjes en die hingen allemaal naast elkaar op een plank. Het was een mooi gezicht. Ik had er geen idee van dat er zoveel mooie lepeltjes waren. Dat ga ik doen, besloot ik, trommelend op de steentjes, ik ga theelepeltjes verzamelen.
Ik begon er meteen mee. Eerst werd mijn eigen bestek bekeken, toen dat van mijn moeder, mijn zus, vriendinnen. Ik had al vrij snel een aardige verzameling die ik ijverig aanvulde door op rommelmarkten te snuffelen en daar met bosjes tegelijk aan te kopen. Gaandeweg kreeg ik wat meer kijk op de materialen. Ik leerde het verschil tussen zilver en verzilverd, hoorde over EPNS en alpaca, leerde merken herkennen. Er moest een vitrinekast komen voor de mooiste aankopen.
Opgetogen legde ik mijn schatten in de kast en stelde vast dat het wat saai was. Je zag die lepeltjes niet zo goed. Oude lepelvaasjes werden aangekocht en ja, dat was al wat leuker maar bijvoorbeeld een soort van huiskamertje erbij uit dezelfde tijd zou nog leuker zijn. Meubeltjes erbij, een oud popje dat er uit zag als een huisvrouw die precies bij de lepeltjes en de meubeltjes paste. Jawel, ik kreeg er steeds meer lol in en kocht op rommelmarkten nog meer popjes en meubeltjes. Het was vanwege de popjes dat ik A leerde kennen. Zij verzamelt poppen en toen we aan de praat raakten en ik haar mijn laatste aanwinst toonde vertelde ze me dat ik een heel leuk duur Frans popje op de kop had getikt. Mijn aandacht voor de theelepeltjes verschoof als vanzelf naar poppen. Zoals veel verzamelaars dat in het begin doen deed ik het ook, als het een pop was en ik vond hem leuk dan was hij van mij en zo had ik al snel een huiskamer vol. Dat gaf me ook een ongemakkelijk gevoel, ik had wel mijn schrijven ernaast maar meer kunstzinnigs deed ik voor mijn gevoel niet naast dat toch enigszins materialistische gebeuren. Toen begon dus ook het fotograferen van in scene gezette situaties met de poppen, soms lieflijk, soms bizar, kijk voor voorbeelden op mijn site.
Enfin, ik ging dus van lepeltjes over op poppen en door die poppen kwam ik op oud speelgoed, zoals bijvoorbeeld kookkacheltjes uit de jaren 60 en liever nog de jaren 50 of nog ouder.
In 2006 kreeg ik mijn Aygo en werd mijn zoektocht naar mooie dingen uitgebreid met kringloopwinkels.
Verzamelen. Ja, het is een verslaving, dat zal ik niet ontkennen maar hij is goed te hanteren als je nu en dan eens iets wegdoet. Als je voor jezelf duidelijk kunt houden dat het slechts spullen zijn en – dit geldt voor mezelf vooral – je er je voordeel mee doet. Veel van mijn gedichten ontstaan op rommelmarkten, anekdotes te over want je komt een enorme diversiteit aan mensen tegen en hoort en ziet veel. Ik heb veel kennis opgedaan, niet enkel over poppen maar ook over porselein, sieraden, art nouveau, art deco, jugendstil, Amsterdamse school en noem maar op,
Ik voel me niet bepaald een hebberd, een junk of een verstofte rommelkont.
Ik ben een liefhebber die soms doodmoe wordt van haar spullen maar er ook vaak om kan lachen en ja, van mooie dingen geniet ik. Daar zijn ze toch ook voor bedoeld!?
Natuurlijk ontspul ik met enige regelmaat en tegenwoordig komt er minder binnen dan eruit gaat. Dit heeft met leeftijd te maken maar niet alleen, het komt ook door de wetenschap dat alles wat eens zo bijzonder leek terug te vinden is in een winkel of op een rommelmarkt. Je wordt vanzelf selectiever en kundiger.
Heel soms, als ik het echt beu ben allemaal, die ‘troep’ overal verspreid door het huis dan ga ik naar A., dan bespreken we onze ervaringen, lachen om dingen die we op ons pad krijgen en in een mum van tijd is de glinstering terug in mijn ogen.
Ja,ja.
Advertenties

Read Full Post »

Vorige week stond ik in de boekhandel, op zoek naar een leuk boekje voor een jongetje dat 2 jaar wordt.
Ergens had ik liever kleertjes gekocht of iets van speelgoed maar ik weet de juiste maat niet zeker en ken de belangstelling van het manneke niet.
Dus, dacht ik, dan een boekje, een boekje is nooit verkeerd.
Ik vond het moeilijk kiezen en kocht uiteindelijk – naar het advies van de verkoopster – een boek over een hondje dat overal nee op zegt. Toen ik het boek op de post gedaan had sloeg de twijfel toe, had ik niet beter dat boekje over het jongetje op een potje kunnen kopen, of een gezellig kleurrijk speeltje? Zal hij blij zijn? Of stuurt zijn moeder het retour afzender?
Het verdrietigste aan dit alles was dat het een cadeautje betrof voor mijn bloedeigen kleinzoon.

.

 

enkel de wind

zet hem nog in beweging

de lege schommel

Read Full Post »

de langste – alhoewel – brief ooit

schrijf ik aan jou

hij bevat de tuin waarin

onkruid hardnekkig de kop

op blijft steken tussen de stenen

van het terras

 

het gras is meer een madeliefjesveld en

de prunus – maar dit weet je wel – is gestorven

 

de goudenregen wil gaan bloeien maar

gezonde groei belet hem, de blauwe regen daarentegen

groeit als kool maar bloeit niet

 

de vijver gaat hier weg

de haag tussen ons en de buren

het fluitfabriekje – je weet wel –

hij is dun, het woord armetierig valt me in

 

armetierig

 

zondag floot er een merel, vlak boven ons hoofd

wat klonk dat hard

veel mussen zien we hier niet meer

soms een vinkje, een enkele keer een roodborstje

wat duiven, kraaien, eksters

 

op het terras staat een nieuw zitje, nou ja nieuw

het stond in de kringloop, was net binnen gebracht

ik heb het zonder nadenken gekocht

 

het is groen, er bladdert verf vanaf, de tafel bleek stuk

 

vannacht droomde ik van een man waartegen ik zei dat ik

een beetje van hem hield, een beetje, herhaalde hij

in zijn ogen stond iets speciaals, ik omschrijf het nu

als teleurstelling maar misschien was het iets anders

 

we omschrijven elkaars handelingen vaak verkeerd

woorden komen anders over, ons toegeworpen blikken

vullen we zelf in

 

praten is lastig, de een zegt te veel, is te scherp, te klip en klaar

de ander zegt ja en denkt nee, weer anderen willen niet eens praten

maar vertellen anderen desondanks over de nooit gevoerde

gesprekken dat ze vervelend waren, ze weten zelfs precies waarom

 

 

de tuin is een heldin, met haar kan ik lange gesprekken voeren

ik durf gerust te zeggen tegen haar dat ze er niet uit ziet en het

kost me geen enkele moeite om het hoofd te buigen voor haar

 

het is mijn schuld, vertrouw ik haar toe, alles wat fout ging is

mijn schuld of wordt op mijn schouders gelegd

 

ik kleur mijn tuin niet in met oordelen en zij vertrouwt mij alles toe

haar ongelukkig bruin en de verpieterde verlangens om

eens grondig uit te pakken

 

ze is altijd thuis en weet precies wat ze aan me heeft

dat is liefde denk ik, liefde in haar zuiverste vorm

Read Full Post »

Over zijn brilglazen heen staarde Pieter naar zijn vrouw. Weer had ze de rode jurk aan waar hij zo’n hekel aan had. Eigenlijk zou hij haar moeten slaan, bedacht hij, haar tot luisteren dwingen. Ze was zijn vrouw en behoorde hem immers te gehoorzamen. Zuchtend liet hij zijn krant zakken en zette zijn bril af. Zijn vrouw keek niet op. In gedachten verzonken hing zij achterover in haar stoel. De gemakkelijkste stoel van heel het huis, vond Pieter, ook dat ergerde hem. Het was zondag, vandaag zouden ze zoals altijd eerst naar haar ouders gaan en dan daarna naar zijn moeder. Zijn vader was nu bijna twee jaar dood, maar zijn sterven beheerste nog steeds de sfeer van de bezoeken aan zijn moeder. Daar had hij een hekel aan, hij was niet rouwig om de dood van zijn vader en wilde niet begrijpen dat het voor haar, zijn moeder, zo’n ramp bleek te zijn.

Hij staarde nu openlijk naar zijn vrouw. Kennelijk voelde ze dat, langzaam draaide zij haar hoofd naar hem toe. ‘Wat eten we vandaag?’ vroeg hij snauwerig. ‘Bloemkool,’ antwoordde zij lusteloos en zag toe hoe zijn handen de krant op begonnen te rollen. ‘Dat lust ik niet,’ beet hij haar toe. Zie je nu wel, dacht hij, die rode jurk, bloemkool, saaie bezoekjes, ze verdient een pak slaag. ‘Boontjes dan,’ probeerde zijn vrouw, angstvallig hield ze zijn handen in de gaten. ‘Hebben we gisteren ook al gehad.’ Zijn vrouw zweeg, ze dacht na over hoe ze hem tevreden kon stellen. ‘Sla dan,’ zei ze toen zachtjes. Pieter vloog op haar af en begon als een razende op haar in te slaan. Hij sloeg en sloeg. Haar rode jurk moest kapot, haar eeuwige kalmte moest stuk, haar zelfbewustzijn. Ze moest vernietigd worden. Zijn vrouw probeerde kronkelend onder de slagen vandaan te komen. ‘Ik bedoelde sla,’ riep ze bang. Maar hij reageerde niet. Sla, dacht hij vol walging, ik sla je toch mens. Eindelijk, na al die jaren sla ik toch. Ze begon te gillen. ‘Ik bedoelde sla in plaats van bloemkool of boontjes’ krijste ze hysterisch. Toen, alsof zij hém in het gezicht sloeg hield hij op met slaan. Uitgeput liet hij zich in zijn stoel vallen en keek toe hoe zij haar jurk recht trok en haar haren in model probeerde te duwen. De tranen die over haar wangen liepen brachten hem met een schok terug in de werkelijkheid. Plotseling had hij spijt van wat hij gedaan had. Wat bezielde hem toch, waarom sloeg hij haar? Juist wilde hij iets tegen haar zeggen, in boetedoening voor haar op de knieën vallen toen de telefoon hen beiden, rinkelend uit hun roes haalde. Met onzekere tred liep zijn vrouw naar het toestel en nam aan. Hij hoorde haar stem, licht bevend antwoorden. Hij had haar geslagen? Hoe lang wilde hij dat al en wat zouden de gevolgen zijn? Ze kwam terug en liep op hem toe. Haar ogen stonden droevig, niet boos zoals hij verwacht had. Het maakte dat hij zich nog berouwvoller voelde. Hij voelde de krant in zijn hand en gooide hem weg. ‘Sorry,’ fluisterde hij schor, ‘ik weet niet wat mij bezielde.’ Ze schudde enkel met haar hoofd en legde haar hand tegen zijn wang. ‘Pa en ma moeten vandaag weg en vroegen of we het erg vonden om een zondagje over te slaan.’ Pieters hart maakte een trillende beweging. Haast ongemerkt zocht zijn hand de hare, zachtjes kneep hij er in. ‘Zullen we dan mijn moeder bellen en zeggen dat we niet komen?’ stelde hij verlegen voor. Zijn vrouw begon zachtjes voor zich heen te lachen. ‘Dat was je immers al zolang van plan,’ zei ze en langzaam liep ze de kamer uit om haar rode jurk te vervangen voor de blauwe waar hij zoveel van hield.

Read Full Post »

Zij kan schimmen tonen maar ook lokken. Met je mee dromen kan ze ook want dromen heeft ze genoeg. Ze staat er graag een paar aan je af en als je haar een eigen droom aanbiedt dan lacht ze wat ongemakkelijk. Ze biecht op dat ze je droom graag aanneemt maar dat ze zich ervoor zou schamen. Weet je nog, zei ze vanmorgen, hoe je eens een vingerhoedje kreeg van die mevrouw. Je dacht aan al die vingerhoedjes thuis maar zei dat niet want je wilde haar het geluk van schenken niet afnemen. Zo wil ik ook jou het schenken niet afnemen daarom verklap ik je dat ik elke keer weer blij ben. Ik ben slechts een ochtend maar jij bent de kleur die mij doet schitteren.

Read Full Post »

Hij is 53 en heeft al 5 jaar een verhouding met een collega. Ze is nu 25. In die 5 jaar heeft hij ontelbare keren gelogen, thuis tegen zijn vrouw, op het werk tegen haar. Elke ochtend staat hij voor de spiegel, kijkt naar zichzelf, trekt zijn das recht en begint opnieuw. Hij houdt zich met Zen bezig. Opnieuw beginnen, daarin is hij goed. Elke ochtend is hij schoon en vrij van welke smet dan ook want elke dag, elke minuut zelfs, kan hij opnieuw beginnen. Deze ochtend gaat hij later naar kantoor, zijn kleinzoon is er en die brengt hij naar de crèche. Dit heeft hij zijn dochter, die een jaar jonger is dan zijn maîtresse, beloofd. Zijn vrouw slaapt uit. Hij staat in de slaapkamer voor de spiegel als zijn mobieltje begint te piepen. Er komt een berichtje binnen. Hij schrikt. ‘Wat is er?’ vraagt zijn vrouw. ‘’Niks, een berichtje van kantoor.’ Op de overloop opent hij het, het is van haar, het is geen leuk bericht. Ze is zwanger, leest hij. Het dringt in volle hevigheid tot hem door dat zijn leven nu flink aan het wankelen wordt gebracht. Al 5 jaar belooft hij dat hij zal scheiden, al 5 jaar zegt hij thuis dat er niets aan de hand is, ze hebben het goed samen. Toch? En nu dan is zijn geheime relatie zwanger. ‘Ik moet naar kantoor,’ zegt hij tegen zijn vrouw. Ze knikt begrijpend, ‘ik breng Freddy wel weg ga maar gauw,’ ze werpt hem een kushand toe en hij haast zich naar zijn auto.

Ze woont net iets buiten het centrum in een bescheiden koopappartement. Blij opent ze de deur. Een half uur later komt hij de deur weer uit.

Achter hem klinkt gerinkel van glas, hij hoort het en begrijpt het ook wel maar het is nu haar verantwoording, er is goed gesproken. Hij betaalt de abortus en ze gaan voortaan elk hun eigen weg. Dat is beter voor ons allebei, heeft hij gezegd en met zijn armen om haar heen benadrukt dat ze nog een hele toekomst voor zich heeft. Dat hij zijn gezin niet in de steek kan laten. Hij antwoordt nee, op haar vraag of hij dat niet eerder had kunnen bedenken, alles gebeurt op het juiste moment, dat is nu eenmaal zo.

Hij trekt zijn das recht, laat los en begint opnieuw. Zen, denkt hij, ik kan het iedereen aanraden.

Read Full Post »

Op het dagverblijf voor dementerende ouderen, waar ik werkzaam was als activiteitenbegeleidster, stuitte ik met enige regelmaat op weerstand. Bij het geven van de medicijnen bijvoorbeeld. Mevrouw Appeldoorn weigerde steevast haar pillen in te nemen. Ook die avond. Het broodbeleg zat al in de botervloot, mes en vork stonden in de melkkan. De blik van mevrouw Appeldoorn stond op NEE. Ik had al heel wat trucjes toegepast, altijd met succes maar ik zag wel dat ik dit keer toch echt met iets beters zou moeten komen. Mevrouw Appeldoorn was rood aangelopen van boosheid. Om voor haar en mezelf wat ruimte te creëren liep ik even naar het aangrenzende kantoor, waar ik, kijkend naar de snoeppot, een lumineus idee kreeg.
Vandaag mag u kiezen, zei ik en hield haar als een dienblad mijn geopende hand voor. Welk pilletje wilt u? Mevrouw Appeldoorn keek naar mijn hand waarop, naast het minuscule pilletje dat zij in moest nemen, nogal contrastrijk een pepermuntje lag. De weerzin op haar gezicht maakte plaats voor afschuw en bevend wees ze:
Als ik het dan toch voor het zeggen heb doe me dan maar het kleintje.

Read Full Post »

Older Posts »