Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Haiku’ Category

net toen ik aan de wereld wilde vragen waarom ik eigenlijk was uitgenodigd om te komen leven zag ik een rood geschilderde, houten kerk op een wankel tafeltje staan. De deuren zwaaiden uitnodigend open. Als in een roes trok ik mijn gele poppenlaarzen aan en stapte naar binnen.

Helemaal vooraan nam ik plaats op een bank waarvan je aan het hout kon zien dat er al behoorlijk wat houtwormen mij voor waren gegaan .

Er plakten duivenveren op de vloer en tegen de wanden.

Dankjewel, klonk plotseling een vriendelijke mannenstem.

Waarvoor? vroeg ik, in alle bescheidenheid denkend aan de vraag die mij hier bracht.

Dat je naar binnen durfde te komen, de stilte gele laarsjes bracht en nieuwsgierigheid, luidde het antwoord.

Devoot boog ik het hoofd. Pas toen de mannenstem me vriendelijk vroeg of ik wellicht de duivenveren wilde opruimen werd ik even te groot voor het kerkje. Al snel dacht ik echter het verzoek als een antwoord op mijn vraag te mogen begrijpen

Ik was uitgenodigd om te zijn wie ik ben, soms argeloos, soms nieuwsgierig en altijd geschikt voor wedervragen en het opgelegd krijgen van schijnbaar nutteloze taakjes.

bijna onvindbaar
als de zerk onder het mos
een verwaarloosd hart

Advertenties

Read Full Post »

tussen ons

en de buitenwereld

een ongelapt raam

.

 

tijdens het baden

schudt de merel diamantjes

uit zijn veren

.

 

 

stralend

legt de zon mijn talent

als huisvrouw bloot

Read Full Post »

haiku studie

.

elk sneeuwvlokje

maakt de tuin een beetje

witter

.

of nee

.

na elk sneeuwvlokje

de tuin een beetje witter

.

of nee

.

hoe elk vlokje

een bijdrage levert

de tuin steeds witter

.

of nee

.

dansend

op de oostenwind

witte speldenknopjes

.

of nee

of toch

of

.

poedersneeuw

een strooibus vol

.

oh haiku

oh sneeuw

Read Full Post »

Alweer een tijd geleden bevond ik me in een haikumoment. Met mijn fototoestel en de poppen, waar ik ‘iets’ mee heb, was ik het bos ingetrokken en daar was het, hét moment.
Ik herinnerde me een uitspraak van een zeer gedreven haikudichteres. Een haiku, zo stelde zij, wordt op een haikumoment geboren. Welnu; ik ging op een boomstronk zitten en trachtte het moment in 5 -7 -5 lettergrepen te vangen, het fototoestel hinderlijk bengelend om mijn hals en de poppen even vergetend. Al snel gaf ik het op, klapte mijn romantische bloemetjesboekje dicht en raapte mijn poppen bij elkaar.
In gedachten verzonken struikelde ik en viel, ik vroeg me af of dit wellicht voor een senryu-moment kon doorgaan.
Een uitgelaten hond snuffelde aan me en terwijl ik overeind krabbelde keek zijn baas op me neer. U bent gevallen,’ constateerde hij.
Ik knikte slechts. Of deze ontmoeting nog tot het senryu-moment behoorde of dat ik in een nieuw moment was aanbeland, was wat ik dacht
Een van mijn poppen lag in een wat onhandige pose in het struikgewas. De man en ik keken er naar en zochten vervolgens elkaars blik, hij met opgetrokken wenkbrauwen.
Ik leek hem een verklaring schuldig en hing het fototoestel wat meer in beeld, dat zou moeten volstaan. Ik bevrijdde de pop uit haar netelige positie en vervolgde mijn weg.
Een beetje nederig nu. Ik begreep wel dat de man mij voor thuis als een overjarige poppenmoeder in een anekdote zou verwerken.
Zo had ik achtereenvolgend een haikumoment, een senryu-moment en een anekdotemoment.
Het moment voor een aforisme leek me aangebroken.

bij de bushalte
zij bestudeert haar nagels
hij de rest aan haar

Read Full Post »

Het is weer zover. De melk is op, er is geen kaas meer.

Je winkelwagentje heeft voor de verandering een afwijking naar links, dat komt goed uit, besluit je na wat gehannes, je begint te veel naar rechts over te hellen.

Bij de koeken aarzel je en denkt, de koek is op, hoe vaak zei ik dat al? Een rol Maria biscuitjes ligt nog voor je een antwoord hebt kunnen bedenken in het karretje en voert je meteen even terug naar vroeger. Was het nog maar een beetje zo, een koekje verkruimelen in een pannetje, een stukje appel erbij, het fornuisje aansteken met een aanmaakblokje. Proeven papa? Ze doen het tegenwoordig in Japan maar dan echt alles in het klein, zag je op tv. Je overweegt een verhuizing naar Japan maar bedenkt dan dat je nog wel ergens een oud kookkacheltje hebt staan, dat scheelt een hoop gedoe.

Bij de wijn staat een man van om en nabij de 80 met een fles rode wijn in zijn hand. Mevrouw, vraagt hij, kent u deze toevallig? Merlot, zie je en antwoordt dat het een goede wijn is, soepel, zeg je. De man zet hem terug. Hij houdt waarschijnlijk niet van soepel, begrijp je en denkt er goed aan te doen hem op een Bordeaux te wijzen. En die, klink je met een verbazingwekkende kennersstem, is nogal stroef maar wel vol en krachtig. De man, hij lijkt wat op Rutger Kopland, kijkt naar de prijs en dan naar jou. Hij schraapt zijn keel en je bereidt je voor op een avond in de tuin. Prijzig, zegt hij.

Bij de eieren zoek je, denkend aan je culinaire verlangen, naar de kwarteleieren.

Eenmaal aanbeland bij de kassa met de gebruikelijke boodschappen en de biscuitjes zie je de man terug. Hij heeft voor de Merlot gekozen én de Bordeaux. Als hij je ziet, grinnikt hij wat verlegen en zie je een zweem van de jongen die hij eens was terug in zijn blik. Hij wijst op je biscuitjes. Die zijn lekker, zegt hij, met een beetje boter en hagelslag. Hij pakt iets van de band en toont het je. Het zijn ook Maria biscuitjes. Hij maakt een wat beverig dansje van voorpret. U vergat de hagelslag, merk je quasi droogjes op en hij laat een bulderende lach op je los. De kassière die net nog wat melancholisch voor zich uit zat te kijken lacht mee ook al weet ze niet precies waarom. Voor drie mensen maakt de wat grijze dag plaats voor een zonnig doorkijkje. De vrouw achter je laat een pot appelmoes vallen, hij spat uiteen aan haar voeten. Shit, klinkt het hartgrondig. Scherven brengen geluk, wil je zeggen maar je houdt je in bij het zien van de ravage aan haar voeten en de appelmoesspetters die aan haar broek kleven. De kassière haalt de biscuitjes over de scanner en merkt op dat ze er heel lang geleden, toen ze nog klein was wel eens hagelslag op deed. Dat is me toch lekker, zegt ze. De man en jij kijken mekaar eens aan en krijgen de slappe lach. De appelmoespotvrouw vraagt of de pret wellicht over haar gaat. Ook, hikt je tijdelijke partner in crime. Pas dan lijkt de kassière te zien wat er gebeurde. Een mevrouw heeft een pot appelmoes stuk laten vallen, schalt haar stem via een microfoon door de winkel. De vrouw kucht gegeneerd. De man biedt haar een biscuitje aan en je weet weer precies waarom boodschappen doen soms best leuk is.

bij de groenteman

een weekendhulpje ordent

het schap met druiven

Read Full Post »

Soms denk ik nog wel eens aan meneer pastoor. Meneer pastoor kwam vaak bij ons thuis op bezoek. Dat was gewoon in de jaren vijftig. Meneer pastoor was ook nog eens de broer van mijn vaders beste vriend. Het was dan ook vooral daarom denk ik dat de kleine Hoedemakers hem onmiddellijk opviel toen zij op een dag – in het gezelschap van een hoop collega kleuters – aangehuppeld kwam. We waren op weg naar het gymlokaal. Dat er mede door dat huppelen een ongelukje was gebeurd kon meneer pastoor niet weten. Hij pikte mij tussen al die kleuters uit en tilde me op. Die eer viel me ten deel precies op het moment dat ik in mijn broek gepoept had. Ik geneerde me ontzettend want, ook al dacht ik niet dat het zou stinken, hij zou het ongetwijfeld voelen. Als meneer pastoor al iets gevoeld of geroken had, hij liet het niet merken. Hij knuffelde me, zei iets over het kleine slimme Hoedemakertje en zette me terug op de grond. Niets gemerkt, dacht ik opgelucht en huppelde verder, al was het zo dat ik me niet langer comfortabel voelde. Een broek vol huppelt nu eenmaal niet lekker. Dat de eer van het optillen nog andere consequenties had realiseerde ik me niet. Dat ontdekte mijn moeder thuis. Omdat meneer pastoor mij opgetild had was de poep een soort van geplet. Mijn moeder strafte me voor het broekpoepen en de smeerboel die zij op moest ruimen. Ik mocht ’s avonds na school voor straf niet buiten spelen. Het raam in de gang van ons thuis keek uit op een tegen een dijk oplopend grasveld waar we veel tijd doorbrachten. Ik herinner me dat ik met mijn neus tegen de ruit gedrukt stond en al die vreugde van spelende en joelende kinderen aan me voorbij zag gaan.
Ik heb sindsdien nooit meer in mijn broek gepoept en soms, als ik moeite heb met mijn stoelgang, dan huppel ik eens wat en ben ik weer die kleuter met haar strak achterover geborstelde haar en de paardenstaart die dag in dag uit met haar mee zwiepte gelijk de staart van een kittig raspaardje

voorgoed verbonden
met het historisch stadje
een fataal scheetje

Haiku uit: Pauwenveren en judaspenning

Read Full Post »

dik tevreden weer

hoe het ook had kunnen zijn

in de lachspiegel

Read Full Post »

Older Posts »