Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘verhaal’

Elke ochtend zit ik een uur of langer op de bank. Soms zit ik er zo lang dat ik weiger om nog langer te blijven zitten, dan ga ik stofzuigen, wassen en andere huishoudelijke dingen doen. Of ik stap in mijn auto en ga ergens heen. Het zijn de momenten waarop ik een hekel heb aan de bank en het leven dat bij die bank lijkt te horen.

Elke ochtend begin ik opnieuw en kijk ik met een frisse blik naar alles wat toch echt hetzelfde is als gisteren en al die dagen daarvoor. Aan alles om me heen kleeft een verhaal en vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe een merel uit de vijver drinkt. Ik zie de vitrage licht bewegen en de buurvrouw langskomen. Ze wordt nu echt oud, ze draagt al 10 jaar een paars tasje met zich mee en langzaam maar zeker kwam dat tasje steeds dichter bij de grond te hangen. Ik zie haar bij me naar binnen spieden, terwijl ik mijn gedachten plooi in een boekje dat ik op de kop tikte op een rommelmarkt. Het huis is nooit stil. Alles in en om me heen leeft en de zon tovert met haar licht steeds opnieuw een iets andere kamer. ’s Morgens of ’s avonds, het huis en de zon kunnen goed met elkaar overweg en ik mag dat zien. Een enkele keer komt er een liedje langs gefloten, een fluitende buurman, als hij alweer weg is blijft het liedje nog even hangen. Mijn gedichten ontstaan eenvoudig maar zouden niet ontstaan als ik me deze vrijheid om lekker lang op die bank te zitten niet gunde. Bij de overburen is de glazenwasser bezig, ergens in de straat wordt een waterleiding gerepareerd. Twee jongens rennen naar school. Ik verzand in gedachten die niet goed voor me zijn en begin opnieuw. Dat is een privilege, dat steeds opnieuw kunnen beginnen in mijn eigen tempo, op mijn eigen manier, ik weet niet waaraan ik het te danken heb maar ik ben dankbaar. Ineens hoor ik dat ik zing, nou ja, zoemen is het meer. Tijd om op te staan en de bank de bank te laten. Niet zoemen. Leven.

hoe de zon

en dan weer de wolken

het zicht bepalen

Advertenties

Read Full Post »

Wat fijn dat je naam met een T begint. Geen enkele andere tante hoeft zich aangesproken te voelen. Vanmorgen heb ik na liggen denken over het geloof. Geloof is iets van jezelf vind ik. Je mag het een ander niet opleggen.
Vroeger maakte je prachtige kleertjes voor mijn poppen. Je was naaister van beroep en dat kon je aan die kleertjes wel zien. Zelf droeg je nonnenkleding maar dat zag ik niet, of misschien moet ik schrijven, ik zag het wel maar het overheerste niet. Wat ik zag was je bril met daarachter die ogen van je, daar stond in: Ik ga je blij maken. Oké, het boezemde ook wel wat ontzag in, je habijt.

Geloof is iets van jezelf, wat een vreemde gedachte om mee te ontwaken. Jij was gelovig, een bruid van God.
Ik heb ook nonnenkleding gedragen. Eén keer. Het staat je goed, je zou ook non moeten worden, zei je. Je lachte erbij .De buurvrouw grapte, ik zou je niet herkend hebben als je die schoenen niet gedragen had.
Nee, je legde me niets op en daarom was het fijn als je op bezoek kwam. Op een dag ging je burgerkleding dragen, dat mocht van de kerk… Ik herinner me je prachtige mantelpakjes. Je zag er altijd uit om door een ringetje te halen.
Vaak heb ik me afgevraagd of je gelukkig was. Soms was je misschien eenzaam? Was non worden een vrije keuze?
Je hoeft geen antwoord te geven.
Ik zou willen dat iedereen besefte dat het waar is wat ik vanmorgen dacht. Niemand heeft het recht je af te dwingen van dezelfde, of op dezelfde manier van God te houden.
Geloof is iets van jezelf!
Ja tante T, daar geloof ik stellig in en de kleertjes die je maakte voor mijn Barbie heb ik nog.
Liefs,
Je nicht J

 

heel voorzichtig
even omzien, de uren
uiteen geschoven

Read Full Post »

Zo’n 14 jaar geleden, we woonden nog maar net waar we nu nog wonen, was er een kringloopwinkel bij het winkelcentrum waar ik elke dag wel even binnen wipte. De sfeer was er gemoedelijk en het zag er gezellig rommelig uit, er viel een hoop te snuffelen. Bovendien werkten er een paar vriendelijke mannen die altijd in waren voor een gesprekje en vaak lieten blijken dat ze oog hadden voor hun klanten. Soms haalde een van de mannen als ik binnenkwam bijv. een oude pop achter de toonbank tevoorschijn omdat hij wist dat ik die verzamelde. Die had hij dan voor me apart gehouden en ook bij andere spulletjes waarvan hij wist dat ik ze leuk zou vinden deed hij dit.
Op een middag wandelde ik er weer eens binnen en trof ik de mannen aan tijdens een pauze. Ze zaten met z’n vieren op een net binnen gebracht bankstel aan de koffie. Een grote stevige kerel die me soms wat angst inboezemde omdat hij je nogal streng kon toespreken, een mager kereltje waarover ik later hoorde dat het niet bepaald een heilige was en twee mannen waarvan ik er een nog regelmatig zie en die andere af en toe. De leidinggevende – toch wel de liefste van het stel – was niet aanwezig.
Jullie zitten zo gezellig bij mekaar, zal ik jullie eens een verhaal vertellen? vroeg ik.
Ja! Doe dat maar eens, zeiden ze eensgezind in koor, meer voor de grap denk ik dan dat ze het meenden.
Goed, zei ik en begon over een oud vrouwtje te vertellen dat bij een kringloopwinkel door het raam naar binnen stond kijken. De winkel was nog niet open en toen hij geopend werd schuifelde ze, zo snel als haar krakkemikkige lichaam haar dat toestond, naar binnen. Met haar schoot een grote, stevige vijftiger mee naar binnen. Overduidelijk een handelaar. Ook hij had, over de schouder van het vrouwtje heen, naar binnen staan kijken. Terwijl het dametje naar de plank met beeldjes schuifelde overzag de man de winkel en liep toen haar kant uit. Precies op het moment dat het dametje beverig haar hand uitstak om een beeldje te pakken, griste hij het voor haar neus weg.

Oooooooooh, zeiden de mannen.

Het vrouwtje pinkte beduusd een traantje weg. Ze scharrelde nog wat rond bij de kleding en begaf zich naar de uitgang. Ook de man was klaar met zijn zoektocht en plantte het door hem weggegriste beeldje op de toonbank.
Wat moet me dit kosten? vroeg hij bars.
Meneer, voor u 45 euro, zei de man bij de kassa.
Het dametje hoorde dit omdat ze op een afstandje stond af te wachten wat haar dat prachtige beeldje gekost zou hebben. Ze haalde berustend haar schouders op, dit was toch te duur voor haar geweest, dacht ze. Dat maakte het verlies een beetje minder erg.
Ik vind 45 euro veel te veel, mopperde de handelaar, ik geef er 5 voor.
Nee, 45, het is een antiek beeldje meneer, het is zijn geld waard.
Dan laat maar.
De man liep het dametje nog niet omver toen hij pissig de winkel verliet.
Het dametje groette met een zachte stem de verkoper en wilde nu ook de winkel verlaten maar hij stapte snel op haar af. U kunt het beeldje nu kopen. Ja, antwoordde het dametje, maar 45 euro is echt te veel voor me.
O, zei de verkoper, maar u mag het voor 1 euro hoor.
Echt waar?!

Ja, zei de verkoper, ik heb wel gezien hoor wat er daarnet gebeurde .
Het dametje drukte het beeldje tegen haar borst en vertelde dat ze als kind precies hetzelfde beeldje van haar vader had gekregen en hoe ze gehuild had toen het stuk was gevallen.
Dolgelukkig verliet ze de winkel.

Einde.

De grote – mij soms angst inboezemende – kerel stond op en sloeg zijn armen om me heen. Dit hedde ter plekke bedacht hè? snotterde hij.

Read Full Post »

 
Het begon al in mijn jeugd. Sleutelhangers, suikerzakjes, lucifermerken, speldjes, het snoepje van de week van De Gruyter. Alle kinderen verzamelde wel iets. Mijn moeder was ook een verzamelaar, zij verzamelde servies. Geen gewoon servies, nee, nee.
Het was Royal Albert, zoek maar eens op. Samen met haar ging ik soms naar een winkel afgeladen met de voor haar zo begerenswaardige serviesdelen. Beeldjes van merken als Goëbel en nog veel meer fraais zag je daar, ik keek er mijn ogen uit. Vaak mocht ik ook iets uitzoeken en zo ontstond dus toen al – naast het verzamelen wat ik al deed – ook nog eens mijn neus voor de meer exclusieve en duurdere objecten.
Er kwam een tijd waarin het verzamelen een wending kreeg. Het was 1995, we hadden onze huiskamer uitgebouwd en nu was de tuin aan de beurt. Ik was het terras in de achtertuin aan het leggen. Emmer voor emmer sjouwde ik de kleine vierkante stenen naar de tuin om ze daar te leggen. Het was best zwaar werk maar het gaf me ook veel voldoening, want ik werkte als een heuse tuinarchitecte aan een eigen ontwerp. Tijdens dat leggen fantaseerde ik naast gedichten ook over nieuwe doelen om naar uit te kijken. Pas nog was ik bij een haiku dichteres in Huijbergen op visite geweest, zij verzamelde theelepeltjes en die hingen allemaal naast elkaar op een plank. Het was een mooi gezicht. Ik had er geen idee van dat er zoveel mooie lepeltjes waren. Dat ga ik doen, besloot ik, trommelend op de steentjes, ik ga theelepeltjes verzamelen.
Ik begon er meteen mee. Eerst werd mijn eigen bestek bekeken, toen dat van mijn moeder, mijn zus, vriendinnen. Ik had al vrij snel een aardige verzameling die ik ijverig aanvulde door op rommelmarkten te snuffelen en daar met bosjes tegelijk aan te kopen. Gaandeweg kreeg ik wat meer kijk op de materialen. Ik leerde het verschil tussen zilver en verzilverd, hoorde over EPNS en alpaca, leerde merken herkennen. Er moest een vitrinekast komen voor de mooiste aankopen.
Opgetogen legde ik mijn schatten in de kast en stelde vast dat het wat saai was. Je zag die lepeltjes niet zo goed. Oude lepelvaasjes werden aangekocht en ja, dat was al wat leuker maar bijvoorbeeld een soort van huiskamertje erbij uit dezelfde tijd zou nog leuker zijn. Meubeltjes erbij, een oud popje dat er uit zag als een huisvrouw die precies bij de lepeltjes en de meubeltjes paste. Jawel, ik kreeg er steeds meer lol in en kocht op rommelmarkten nog meer popjes en meubeltjes. Het was vanwege de popjes dat ik A leerde kennen. Zij verzamelt poppen en toen we aan de praat raakten en ik haar mijn laatste aanwinst toonde vertelde ze me dat ik een heel leuk duur Frans popje op de kop had getikt. Mijn aandacht voor de theelepeltjes verschoof als vanzelf naar poppen. Zoals veel verzamelaars dat in het begin doen deed ik het ook, als het een pop was en ik vond hem leuk dan was hij van mij en zo had ik al snel een huiskamer vol. Dat gaf me ook een ongemakkelijk gevoel, ik had wel mijn schrijven ernaast maar meer kunstzinnigs deed ik voor mijn gevoel niet naast dat toch enigszins materialistische gebeuren. Toen begon dus ook het fotograferen van in scene gezette situaties met de poppen, soms lieflijk, soms bizar, kijk voor voorbeelden op mijn site.
Enfin, ik ging dus van lepeltjes over op poppen en door die poppen kwam ik op oud speelgoed, zoals bijvoorbeeld kookkacheltjes uit de jaren 60 en liever nog de jaren 50 of nog ouder.
In 2006 kreeg ik mijn Aygo en werd mijn zoektocht naar mooie dingen uitgebreid met kringloopwinkels.
Verzamelen. Ja, het is een verslaving, dat zal ik niet ontkennen maar hij is goed te hanteren als je nu en dan eens iets wegdoet. Als je voor jezelf duidelijk kunt houden dat het slechts spullen zijn en – dit geldt voor mezelf vooral – je er je voordeel mee doet. Veel van mijn gedichten ontstaan op rommelmarkten, anekdotes te over want je komt een enorme diversiteit aan mensen tegen en hoort en ziet veel. Ik heb veel kennis opgedaan, niet enkel over poppen maar ook over porselein, sieraden, art nouveau, art deco, jugendstil, Amsterdamse school en noem maar op,
Ik voel me niet bepaald een hebberd, een junk of een verstofte rommelkont.
Ik ben een liefhebber die soms doodmoe wordt van haar spullen maar er ook vaak om kan lachen en ja, van mooie dingen geniet ik. Daar zijn ze toch ook voor bedoeld!?
Natuurlijk ontspul ik met enige regelmaat en tegenwoordig komt er minder binnen dan eruit gaat. Dit heeft met leeftijd te maken maar niet alleen, het komt ook door de wetenschap dat alles wat eens zo bijzonder leek terug te vinden is in een winkel of op een rommelmarkt. Je wordt vanzelf selectiever en kundiger.
Heel soms, als ik het echt beu ben allemaal, die ‘troep’ overal verspreid door het huis dan ga ik naar A., dan bespreken we onze ervaringen, lachen om dingen die we op ons pad krijgen en in een mum van tijd is de glinstering terug in mijn ogen.
Ja,ja.

Read Full Post »

weet je

soms vind ik zingen op schreeuwen lijken

terwijl een schreeuw me als muziek klinkt in de oren

 

dan ervaar ik

de groei van onkruid

als een vraag

die niet beantwoord werd

maar onder de loep van onvermogen

verkeerd werd uitvergroot

 

 

niet altijd

is gras een vriendelijk

wuivend groen

er leven beestjes

die op je voet springen

en meereizen

 

zo er

in welke brief dan ook

gedachten meeliften

die niets van doen hebben

met het verhaal dat je vertelt

 

de bloemen zijn aan de lezer

zeg ik je, zij maken af wat jij tot een

boeket schikte

 

misschien staat je liefde

in een vaas die te hoog is

 

de kopjes van nog niet ontloken rozen

piepen boven de rand uit als kinderen

die binnen gluren bij niets vermoedende mensen

 

ze snijden brood aan of

doen een spel

 

 

brieven lief handelen als gedichten

over oorzaak en gevolg, ergens halverwege

raken woorden het spoor bijster denk je dan

 

niet iedereen is toe aan tussen de regels lezen

noch aan aanvaarden dat een viooltje het niet goed doet

tussen een keur aan aardewerk potten

waarin oleanders staan te schreeuwen

 

 

het is moeilijk, wil ik je zeggen

vergeten is lastig als een mierencolonne

je dag in dag uit begroet

 

dat krioelen hè van wezentjes die

jou niet dienen

 

vergeven is een lied

je kunt het uitschreeuwen

zingen, declameren

 

je kunt het doen.

Read Full Post »

de langste – alhoewel – brief ooit

schrijf ik aan jou

hij bevat de tuin waarin

onkruid hardnekkig de kop

op blijft steken tussen de stenen

van het terras

 

het gras is meer een madeliefjesveld en

de prunus – maar dit weet je wel – is gestorven

 

de goudenregen wil gaan bloeien maar

gezonde groei belet hem, de blauwe regen daarentegen

groeit als kool maar bloeit niet

 

de vijver gaat hier weg

de haag tussen ons en de buren

het fluitfabriekje – je weet wel –

hij is dun, het woord armetierig valt me in

 

armetierig

 

zondag floot er een merel, vlak boven ons hoofd

wat klonk dat hard

veel mussen zien we hier niet meer

soms een vinkje, een enkele keer een roodborstje

wat duiven, kraaien, eksters

 

op het terras staat een nieuw zitje, nou ja nieuw

het stond in de kringloop, was net binnen gebracht

ik heb het zonder nadenken gekocht

 

het is groen, er bladdert verf vanaf, de tafel bleek stuk

 

vannacht droomde ik van een man waartegen ik zei dat ik

een beetje van hem hield, een beetje, herhaalde hij

in zijn ogen stond iets speciaals, ik omschrijf het nu

als teleurstelling maar misschien was het iets anders

 

we omschrijven elkaars handelingen vaak verkeerd

woorden komen anders over, ons toegeworpen blikken

vullen we zelf in

 

praten is lastig, de een zegt te veel, is te scherp, te klip en klaar

de ander zegt ja en denkt nee, weer anderen willen niet eens praten

maar vertellen anderen desondanks over de nooit gevoerde

gesprekken dat ze vervelend waren, ze weten zelfs precies waarom

 

 

de tuin is een heldin, met haar kan ik lange gesprekken voeren

ik durf gerust te zeggen tegen haar dat ze er niet uit ziet en het

kost me geen enkele moeite om het hoofd te buigen voor haar

 

het is mijn schuld, vertrouw ik haar toe, alles wat fout ging is

mijn schuld of wordt op mijn schouders gelegd

 

ik kleur mijn tuin niet in met oordelen en zij vertrouwt mij alles toe

haar ongelukkig bruin en de verpieterde verlangens om

eens grondig uit te pakken

 

ze is altijd thuis en weet precies wat ze aan me heeft

dat is liefde denk ik, liefde in haar zuiverste vorm

Read Full Post »

Zij kan schimmen tonen maar ook lokken. Met je mee dromen kan ze ook want dromen heeft ze genoeg. Ze staat er graag een paar aan je af en als je haar een eigen droom aanbiedt dan lacht ze wat ongemakkelijk. Ze biecht op dat ze je droom graag aanneemt maar dat ze zich ervoor zou schamen. Weet je nog, zei ze vanmorgen, hoe je eens een vingerhoedje kreeg van die mevrouw. Je dacht aan al die vingerhoedjes thuis maar zei dat niet want je wilde haar het geluk van schenken niet afnemen. Zo wil ik ook jou het schenken niet afnemen daarom verklap ik je dat ik elke keer weer blij ben. Ik ben slechts een ochtend maar jij bent de kleur die mij doet schitteren.

Read Full Post »

Older Posts »