Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘onmacht’

je legt je neer
bij onbezonnen besluiten
harde koppen, zo je moeder
dit noemen zou, je bent ze beu

als de dood toe slaat
is goedmaken niet langer mogelijk

dan blijf je achter met wat ongezegd
en onbegrepen bleef

je legt je neer
bij wat er overbleef
leeft maar deelt verdriet niet
zo je het had willen delen

de tranen die je in zult houden
de woorden die je opspaart

dagen, uren slechts, misschien weken

je hart, denk je, stond voor
hetere vuren

hoe lang mag onmacht duren
aleer het zich zal wreken

Advertenties

Read Full Post »

Over zijn brilglazen heen staarde Pieter naar zijn vrouw. Weer had ze de rode jurk aan waar hij zo’n hekel aan had. Eigenlijk zou hij haar moeten slaan, bedacht hij, haar tot luisteren dwingen. Ze was zijn vrouw en behoorde hem immers te gehoorzamen. Zuchtend liet hij zijn krant zakken en zette zijn bril af. Zijn vrouw keek niet op. In gedachten verzonken hing zij achterover in haar stoel. De gemakkelijkste stoel van heel het huis, vond Pieter, ook dat ergerde hem. Het was zondag, vandaag zouden ze zoals altijd eerst naar haar ouders gaan en dan daarna naar zijn moeder. Zijn vader was nu bijna twee jaar dood, maar zijn sterven beheerste nog steeds de sfeer van de bezoeken aan zijn moeder. Daar had hij een hekel aan, hij was niet rouwig om de dood van zijn vader en wilde niet begrijpen dat het voor haar, zijn moeder, zo’n ramp bleek te zijn.

Hij staarde nu openlijk naar zijn vrouw. Kennelijk voelde ze dat, langzaam draaide zij haar hoofd naar hem toe. ‘Wat eten we vandaag?’ vroeg hij snauwerig. ‘Bloemkool,’ antwoordde zij lusteloos en zag toe hoe zijn handen de krant op begonnen te rollen. ‘Dat lust ik niet,’ beet hij haar toe. Zie je nu wel, dacht hij, die rode jurk, bloemkool, saaie bezoekjes, ze verdient een pak slaag. ‘Boontjes dan,’ probeerde zijn vrouw, angstvallig hield ze zijn handen in de gaten. ‘Hebben we gisteren ook al gehad.’ Zijn vrouw zweeg, ze dacht na over hoe ze hem tevreden kon stellen. ‘Sla dan,’ zei ze toen zachtjes. Pieter vloog op haar af en begon als een razende op haar in te slaan. Hij sloeg en sloeg. Haar rode jurk moest kapot, haar eeuwige kalmte moest stuk, haar zelfbewustzijn. Ze moest vernietigd worden. Zijn vrouw probeerde kronkelend onder de slagen vandaan te komen. ‘Ik bedoelde sla,’ riep ze bang. Maar hij reageerde niet. Sla, dacht hij vol walging, ik sla je toch mens. Eindelijk, na al die jaren sla ik toch. Ze begon te gillen. ‘Ik bedoelde sla in plaats van bloemkool of boontjes’ krijste ze hysterisch. Toen, alsof zij hém in het gezicht sloeg hield hij op met slaan. Uitgeput liet hij zich in zijn stoel vallen en keek toe hoe zij haar jurk recht trok en haar haren in model probeerde te duwen. De tranen die over haar wangen liepen brachten hem met een schok terug in de werkelijkheid. Plotseling had hij spijt van wat hij gedaan had. Wat bezielde hem toch, waarom sloeg hij haar? Juist wilde hij iets tegen haar zeggen, in boetedoening voor haar op de knieën vallen toen de telefoon hen beiden, rinkelend uit hun roes haalde. Met onzekere tred liep zijn vrouw naar het toestel en nam aan. Hij hoorde haar stem, licht bevend antwoorden. Hij had haar geslagen? Hoe lang wilde hij dat al en wat zouden de gevolgen zijn? Ze kwam terug en liep op hem toe. Haar ogen stonden droevig, niet boos zoals hij verwacht had. Het maakte dat hij zich nog berouwvoller voelde. Hij voelde de krant in zijn hand en gooide hem weg. ‘Sorry,’ fluisterde hij schor, ‘ik weet niet wat mij bezielde.’ Ze schudde enkel met haar hoofd en legde haar hand tegen zijn wang. ‘Pa en ma moeten vandaag weg en vroegen of we het erg vonden om een zondagje over te slaan.’ Pieters hart maakte een trillende beweging. Haast ongemerkt zocht zijn hand de hare, zachtjes kneep hij er in. ‘Zullen we dan mijn moeder bellen en zeggen dat we niet komen?’ stelde hij verlegen voor. Zijn vrouw begon zachtjes voor zich heen te lachen. ‘Dat was je immers al zolang van plan,’ zei ze en langzaam liep ze de kamer uit om haar rode jurk te vervangen voor de blauwe waar hij zoveel van hield.

Read Full Post »

Mijn land

ben ik ontvlucht

ik leer uit angst

een nieuwe taal.

 

Tussen toekomst

en verleden

zit ik vermoeid

de dagen uit.

 

Wachten moet ik

in dit toevluchtsoord

waar ik me opgevangen

tracht te weten.

 

Mijn hang naar rust

leeft in een tal

aan nationaliteiten

voort.

 

Ik moet

uit vreemde handen

eten.

 

Read Full Post »

 

 

hoe het is als je kind, dag, zegt,

dag tegen jou en je denkt nog,

het kan niet voorgoed zijn.

 

Dag kind, zeg je,

dag meisje met je hart op het noorden.

Dag zus ook,

met je eeuwig verlangen op zuid.

 

Hoe vreugde een wending krijgt,

sporen vertekend raken.

 

Houvast vlucht al mijn harten uit.

 

Read Full Post »

Soms word ik boos op je. Zomaar ineens, echt heel erg boos. Misschien zou ik je in het gezicht slaan als je dan opdook, zo boos. Het is vreemd, ik weet het, je bent dood. Al een paar jaar intussen en ik denk al een poos niet elke dag meer aan je. Als ik iemand zie die op je lijkt, iemand die lacht en praat, zijn arm om een vrouw slaat of een ons achterham bestelt bij de slager. Als ik iemand zie fietsen, of ergens op een bankje zie zitten zoals laatst in Frankrijk en zo door en door besef dat dit met jou niet meer gaat gebeuren, dat je al die kansen liet schieten, ja, dan word ik soms zo vreselijk nijdig.

Je bent de enige niet die zichzelf dood liet gaan. Dagelijks word je nog van het spoor gehaald, naar het ziekenhuis gebracht om je maag leeg te pompen. We springen je na in het water, reanimeren je, zetten je dag in dag uit voor het raam met een goed zicht op het leven. We doen zo ons best om je te helpen inzien dat het leven al kort genoeg is. Dat je vanzelf wel wordt opgehaald. Geniet toch, proberen we je aan het verstand te peuteren, kijk dan toch, probeer het.

Ik heb het recht niet om boos te zijn en misschien ben ik ook wel niet boos maar verwar ik het intense gevoel dat me zo nu en dan bekruipt met verdriet. Met machteloosheid. Ik kan soms niet naar dat beeld van mezelf kijken, die uitsloofster van toen. Je weet wel, zij! Ze bracht een bouwpakketje mee van een Rietveld stoel. Ze sleepte je mee naar kringloopwinkels, restaurantjes, de AA en deed je was toen je zover was dat je naar een ontwenningskliniek ging. Ze kocht van die stokken voor je, hoe heten ze ook alweer, stuurde puzzelboekjes (want dat was goed voor je geheugen) en maakte het grote H boek voor je.

Je ging met vakantie, schreef leuke brieven, verhalen, eigenzinnige – soms door bijvoorbeeld Coetzee of Kafka beïnvloede – gedichten, en zei lompe dingen tegen vrouwen waarvan je dacht dat ze wel met je zouden willen zoenen als je ze direct benaderde. Zal ik met je mee naar huis gaan, vroeg je eens tijdens een van je vakanties aan een vrouw waarmee je had zitten borrelen. Het werkte averechts natuurlijk en het leverde een lollig verhaaltje op. We bespraken literatuur en maakten ruzie over te verwaarlozen dingen en ik waarschuwde je toen het weer fout begon te gaan. Je luisterde niet maar zette me op een zijspoor.

 

Ja jongen, soms word ik zo pislink op je. Omdat je precies haar die je dondersgoed begreep probeerde te lozen. Ik weet wel dat je dat niet deed, dat je me ontliep omdat het gewoon te lastig was om mij te zien. Ik was te confronterend voor je. Immers, ik wilde dat je leefde en jij wilde dood. Facebook had daar onbedoeld – maar toch – een stevige hand in. Niet alleen ik legde het af hè tegen die vluchtige, begripvolle berichtjes van toch voornamelijk onbekende mensen. Zij wisten immers niet dat je mij vaak belde, overstuur, nerveus en in verwarring gebracht. Wisten je vrienden van facebook veel; dat het aanvankelijk best goed met je ging, dat ze niet altijd in konden schatten hoe het bij jou werkte, hoe je informatie steeds selectiever tot je begon te nemen en aandacht verwarde met daadwerkelijk investeren in de mens achter zijn toetsenbord.

Op de valreep heb je nog even spijt gehad en overwoog je om het nog een keer te proberen, eens te kijken of je het leven niet toch kon omarmen maar ja, toen was je lichaam al zo’n beetje daar hè.

Nou , heb ik dit niet mooi voor je samengevat? Sorry voor de punten waarop ik ernaast zit. Ik worstel hier ook maar wat weet je. Misschien is dat het wat zelfdoding doet met de nabestaanden. Ze begrijpen het en ze begrijpen het niet. Accepteren is dan wat rest en leegte die je heel lang met de beste wil van de wereld niet meer krijgt gevuld. Dat gemis, aan lachjes, telefoontjes, cadeautjes en kansen.

Maar liefde en vriendschap blijven, maak je daar geen zorgen over. Groetjes aan de andere wolkeigenaren.

Read Full Post »

arme tuin, dat je mij hebt

dat er zwarte vleugels over je heen vallen

en niemand je hoedt voor wildgroei

 

arme, arme tuin

arme ramen ook, al die maanden van

wind en regen

 

huis toch

omgeven ben je door de armoe

van je beschermer

 

arme alles

arme, arme in mijn handen gevallen

lot van de toekomst

 

Read Full Post »

elke dag val ik van een hoog gebouw
spat ik onverwacht uiteen op pleinen

dag in de dag uit rust op mijn schouders
de onmogelijke plicht, steeds opnieuw
mee te sterven met hen die weerloos zijn

er is geen plek meer om te schuilen
mijn bloedend brein ligt in het hart van huilen

Read Full Post »

Older Posts »