Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘kinderen’

 

pardon dacht ik vanmorgen
excuseert u mij voor het aandeel
dat ik heb in ons

het ons-geheel
waaruit deze planeet
gedeeltelijk bestaat

pardon weer
ik voel me, zodra ik ben ontwaakt
zo godvergeten wakend
over hoe en wat ons maakt

pardon kind
dat jij niet blijven mag
dat ik je mama ben
en ook weer niet

dat ik je papa ben en
ook weer niet

excuseer ons
voor onze selectieve rationaliteit
waaronder heel de aarde lijdt

Advertenties

Read Full Post »

Op een dag werd er een envelop bezorgd die duidelijk niet voor ons bestemd was. Ofschoon het adres klopte stond er in kinderlijk handschrift Tim boven. Omdat ik geen Tim kende heb ik de envelop opengemaakt in de hoop meer informatie aan te treffen, maar nee. Er zat een kaart in met een hart en achterop stond in datzelfde kinderlijke handschrift Jij bent mijn Valentijn x

Och, wat zou het jammer zijn als deze kaart niet aankwam. Ik stelde me een meisje voor, giechelend van spanning en een jongetje dat rood tot achter de oren zou kleuren. Ik besloot om Tim te gaan zoeken..

Na een paar keer tevergeefs te hebben aangebeld werd er opengedaan door een joch van een jaar of 11. Ben jij toevallig Tim? vroeg ik hoopvol. Nee, zei hij verrast, Tim woont daar. Hij wees. Nummer 5, vulde zijn vader aan vanuit de huiskamer.

Op nummer 5 woonde inderdaad een Tim, ik heb de kaart afgegeven en weer op weg naar huis dacht ik aan lange glijbanen, van de dijk suizen op het deksel van de wasketel, want de slee was al vergeven. Ik dacht aan sneeuwpoppen maken en sneeuwballen gooien. Aan de rotjong die met ijsballen gooiden, in de hoop op tranen en aan de tranen die ik bedwong, wat dan weer mijn score was. De wantjes, die aan touwen in mijn mouwen zaten, de ijskoude voeten. Rode neusjes, snottebellen, de schreeuwende stemmen van opgewonden kinderen.

vierenzestig

een kopie van haar moeder

in de winkelruit

Read Full Post »

Read Full Post »

‘De keinder uit un durp zen tog un stuk gemakkelukker dan stadse keinder,’ zegt een oude man tegen me, zijn ogen worden vochtig van ontroering bij de gedachte aan al dat lieve, dorpse spul. Hij haalt een zakdoek tevoorschijn en begint zijn neus rood te poetsen. Ik vraag me af waar hij de gedachte vandaan heeft. Net nog, vlak voor onze neus speelde zich een alleszins, wreed tafereeltje af. Een kleuterin trok krijsend een plukje haar uit het hoofd van haar broertje, dat kan hem toch niet ontgaan zijn. ‘Vruuger,’ mompelt hij en zwijgt dan. Peinzend poetst hij nog even voort tot zijn neus rood genoeg is, dan stopt hij zijn zakdoek weg en loopt verder. ‘U moet echt wat dichter bij uw rollator lopen,’ wil ik zeggen maar besluit om er ook het zwijgen toe te doen.
Als ik mijn ronde heb gedaan langs de kramen zie ik hem staan, hij roept naar een joch van een jaar of 10 dat hij zijn rollator terug moet brengen. ‘En wel sebiet!’ Het joch luistert niet.
‘Toch ook weer niet zo gemakkelijk, die kinderen uit een dorp,’ merk ik lachend op.
‘Dè is er ginne van ons,’ zegt hij. Zijn rode neus valt niet langer op omdat ook de rest van zijn gezicht nu rood is.

Read Full Post »

met de rug tegen een boom

die krom en ongelovig oud werd

 

zeven kinderen kreeg je stem

zes mannen je lijf, vijf moeders werd je

 

een van hen betrok het huis

dat maar geen thuis werd

de andere vier wuiven dagelijks nog

de kinderen uit die zij onder

het koken en braden baarden

 

negen ogen ben je en

je praat over een derde

alsof je er twee hebt

 

dan ontwaak je

 

eerst stokt de liefde in je keel

dan de adem van het wezen waarin je huist

 

onder een dekbed

gevuld met kleine veertjes

ontwaakt de oorlog

 

een soldaat sneuvelt

op het hoofdkussen naast je

 

vanavond eten we bloed, zeg je

opstaan

de dag is al jarenlang

klaarwakker

 

Read Full Post »

ze komen niet meer

als zijn het jonge kinderen

niet in staat voor haar te zorgen

zo zij zich eens over hen ontfermde

 

ze geven boodschappen door

bellen af

 

nog koopt ze voor bezoekjes in

legt knopen in haar zakdoek en vouwt

de ezelsoren terug in boeken die zij schonken

het programmablad ligt open

op de juiste dag

 

ze overpeinst

de hoofdbeweging van haar jongste

het fronsen van de oudste en de gebogen

schouders van de jongen die zij

haar groene ogen meegegeven heeft

 

gezeteld in haar aangepaste troon

spant zij processen aan tegen het proces

dat haar aanhangig maakte

 

Read Full Post »

In de wachtkamer van de tandarts is altijd voldoende te beleven. Regelmatig schrijf ik er een haiku. Niet altijd meteen een waarvan de lezer achterover van de stoel zal slaan, maar het zijn goede oefeningen en nu en dan ontstaat er iets leuks.

een ouder echtpaar
hij zit niet op zijn gemak
zij op facebook

Op de muur is standaard een enorme tand te zien met wortels zo zij horen te zijn en er hangt een poster waarop een meisje voor eeuwig haar stralende lach zal tonen. Ik kijk er vaak naar de lampen die de vorm hebben van reuze moleculen en zelfs de vloer kan me soms boeien. Toch dwaal ik nog wel eens af naar de diepere regionen in mezelf en borduur daar wat voort, op een jeugdherinnering bijvoorbeeld. Dit keer moest ik denken aan de tijd dat ik mijn vetes uitvocht met mijn broer. Er kwam een moment terug waarop ik hem met een plastic zwaard sloeg. Goh, slaan met een zwaard, dat is me wat, dacht ik.
Terwijl ik voort mijmerde over die kleine felle ik en mijn iets oudere pestkop van een broer – die de mep dubbel en dwars had verdiend, daar kun je donder op zeggen – kwam er een jonge vader binnen met zijn zoontje, een manneke van een jaar of drie. Toeval of niet, het kind had een plastic zwaard in zijn hand. Ik keek vertederd naar dat schattige joch in zijn witte ridderblouse met een groot rood kruis erop en zag met een glimlach toe hoe hij op zijn denkbeeldig paard door de wachtkamer galoppeerde. Mijn geheugen had me toch wat in de steek gelaten, begreep ik, want pas nu, door deze ontmoeting met een kleine ridder, drong het in volle hevigheid tot me door dat het zwaard, waarmee ik destijds ten strijde was getrokken, ook geen groot mensenzwaard was geweest maar een kinderzwaard en ineens zag ik mezelf en mijn broer in de juiste proporties. Mijn geheugen werd met zachte hand opgefrist en wiste daarmee het twijfelachtig berouw over deze kinderlijke uitspatting voorgoed.

in het handje
van haar zoon, onmiskenbaar
dochters tandafdruk

Haiku uit Pauwenveren en judaspenning, zie Nieuwste bundel

Het gedicht ‘Nestverlaters’ elders op deze site, is min of meer gebaseerd op deze gebeurtenis.

Read Full Post »

Older Posts »