Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘kijken’

Elke ochtend zit ik een uur of langer op de bank. Soms zit ik er zo lang dat ik weiger om nog langer te blijven zitten, dan ga ik stofzuigen, wassen en andere huishoudelijke dingen doen. Of ik stap in mijn auto en ga ergens heen. Het zijn de momenten waarop ik een hekel heb aan de bank en het leven dat bij die bank lijkt te horen.

Elke ochtend begin ik opnieuw en kijk ik met een frisse blik naar alles wat toch echt hetzelfde is als gisteren en al die dagen daarvoor. Aan alles om me heen kleeft een verhaal en vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe een merel uit de vijver drinkt. Ik zie de vitrage licht bewegen en de buurvrouw langskomen. Ze wordt nu echt oud, ze draagt al 10 jaar een paars tasje met zich mee en langzaam maar zeker kwam dat tasje steeds dichter bij de grond te hangen. Ik zie haar bij me naar binnen spieden, terwijl ik mijn gedachten plooi in een boekje dat ik op de kop tikte op een rommelmarkt. Het huis is nooit stil. Alles in en om me heen leeft en de zon tovert met haar licht steeds opnieuw een iets andere kamer. ’s Morgens of ’s avonds, het huis en de zon kunnen goed met elkaar overweg en ik mag dat zien. Een enkele keer komt er een liedje langs gefloten, een fluitende buurman, als hij alweer weg is blijft het liedje nog even hangen. Mijn gedichten ontstaan eenvoudig maar zouden niet ontstaan als ik me deze vrijheid om lekker lang op die bank te zitten niet gunde. Bij de overburen is de glazenwasser bezig, ergens in de straat wordt een waterleiding gerepareerd. Twee jongens rennen naar school. Ik verzand in gedachten die niet goed voor me zijn en begin opnieuw. Dat is een privilege, dat steeds opnieuw kunnen beginnen in mijn eigen tempo, op mijn eigen manier, ik weet niet waaraan ik het te danken heb maar ik ben dankbaar. Ineens hoor ik dat ik zing, nou ja, zoemen is het meer. Tijd om op te staan en de bank de bank te laten. Niet zoemen. Leven.

hoe de zon

en dan weer de wolken

het zicht bepalen

Advertenties

Read Full Post »

Er is een nieuwe generatie dichters ontstaan die zich vooral kenmerkt door een losse, enigszins ironiserende stijl van dichten. Geen strakke rijmschema’s, geen zware existentiële vraagstukken, geen l’art pour l’art, geen hermetische gedichten zoals iemand als Anneke Brassinga ze nog wel maakt.

 

Toegankelijk, speels, verrassend in woordgebruik, herkenbaar in de kleine dingen van het leven, zo zou je deze stroming kunnen kenschetsen. Let wel, in deze kleine dingen zitten vaak diepere lagen verscholen, voor wie de diepte zoekt.

Iemand die vaak vanuit “het kleine” dicht, is Jeanine Hoedemakers (1954).

Het ziet er gemakkelijk uit, zo te schrijven. De speelsheid, het plezier in de verschillende betekenissen van taal, het stroomt je tegemoet. Zoals bijvoorbeeld in het gedicht hieronder.

Vigevlos schrijft onwaarschijnlijk

 

vigevlos schrijft hoge rekeningen uit

aan de krakers van het veelal

 

vigevlos is een vreemde vogel

zegt een vader tegen zijn zoon

die bark tegen een varken zegt

als het er slechts één is

 

bigeblos heeft geen adres van het beelal weet de zoon

dit vindt zijn vader leuk gezegd

op de b na die een v moet zijn

maar misschien komt dat nog goed

 

bigeblos is geen bogel en geen bis

 

neen, zegt de vader, ook geen bis

niet voor herhaling vatbaar

de vader corrigeert zijn zoon niet

hij wijst op manieren van zien

en nieuwe mogelijkheden

 

vigevlos is in de war

dat heb je soms met vogelvissen

en wat kan er tegen bogelbissen zijn

als ook een bark bestaat

bovendien is meervoud niet enkelvoudig te duiden

een v niet veel meer dan een b

schrijft vigevlos en vraagt de jongen

wie die man is waar hij mee praat

 

dat is mijn dader zegt het kind

omdat het weet dat de v niet goed gaat komen

 

de dader?

ah, de vader

vigevlos beweegt zich

naar het licht en wijst

 

zie je daar dat kraakhelder perceel

daar woon ik

vind je dat niet onwaarschijnlijk veel

om te geloven

 

 

Vind je dat niet onwaarschijnlijk veel, om te geloven, besluit dit inderdaad onwaarschijnlijk sterk gedicht. Deze slotregel geeft precies aan waar het om draait: er is een onmetelijke ruimte (het veelal) waarin wij kunnen bewegen. Er zijn geen grenzen aan de taal, aan ons. We kunnen scheppen zoals wij zelf willen. Noemt iets een bark, en het bestaat. Noem het vigeglos, en het kan bigeblos zijn, of een andere ongrijpbare vogel, hoewel weer geen bogel of bis, staat er ironisch. Om aan te geven dat toch weer niet alles kan. Maar voor de dichter zelf is alles kraakhelder. Hij weet waar hij woont, in het licht van het gedicht. Waar alles kan, waar je maar in wilt geloven.

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen, dichtte Slauerhoff al. Maar was dit bij Slauerhoff een soort van troost, omdat hij zich in de buitenwereld niet thuis voelde, bij Hoedemakers is het de buitenwereld zelf die ze omarmt en waarin ze woont. En die is onwaarschijnlijk veel, die buitenwereld, dat kraakhelder perceel.

 

Een ander voorbeeld van “het kleine” bij Hoedemakers, nu in een haiku of senryu:

 

nog wat napraten –

onze schaduwen steken

de straat vast over

 

Of:

 

Moederdag –

uit de pedaalemmer steken

groene stengels.

 

 

Inmiddels heeft Jeanine Hoedemakers al 7 dichtbundels op haar naam staan.

Haar laatste bundel, Sierlijk vallen, genomineerd voor de Publieksprijs der Brabantse Letteren 2009, bestaat alleen maar uit haiku’s en senryu’s. Wat telkens weer opvalt, is de oorspronkelijke waarneming, de eenvoudige maar bijzondere taal.

 

zoals die blaadjes

tot bewegen aangezet

de wind verraden

En:

 

de straat een dansschool

alle blaadjes krijgen les

in sierlijk vallen

 

 

Het onvermogen tot werkelijk contact met de ander, is ook zo’n thema dat telkens op een verrassende maar toch uiterst herkenbare manier wordt weergegeven.
 

moeder en dochter

twee glimlachen te weinig

voor een goed gesprek

 

ze gaf hem zijn congé

hoe het is een bitch te zijn

ze weet het nu

 

leuk dat ik je zie,

zegt ze en gaat dan zitten

een plaats verderop

 

buiten knalt het

gelukkig nieuwjaar zegt ze

tegen de spiegel

 

 

Of, bij een bezoek aan een kerkhof:

 

waarom ik hier ben

ergens moet ook de dood

nog leven, daarom

 

ik was er, schrijf ik

in het stof op zijn grafsteen

en veeg het weer weg

 

Dit is meer dan het beschrijven van “het kleine”. Het graaft zoveel dieper. En dat met zo weinig woorden, zo weinig zinnen.

Dat is knap, dat is kunst. Dat is Jeanine Hoedemakers.

 

Opgenomen in: Esoterisch waarnemen – Fred Tak

Read Full Post »

in niets anders

dan de spiegel waarin

wij staan

 

kijken zij

 

ogen in paren

 

zoekend nog

naar nieuwe vondsten

 

denken zij

 

wetend al

dat waar niets is

alles kan zijn

 

luisteren zij

 

naar de wind

in een vergeethoek

opgevangen

 

zien zij

door alles heen

te komen

Read Full Post »

onder de loep genomen

is klein zijn nog niet zo slecht

 

ik kijk door een vergrootglas

en zie de leeuw

 

– ik zie geen mier zonder bril –

 

wiegend in de wind

krijgt onkruid een naam

 

daar is alles voor

 

het een naam geven

en dan weten wat het is

 

Read Full Post »

varen1

Read Full Post »

ze kijkt langs de arm
die zij voor zich uitstrekt
en zegt
aan het einde van mijn
langste vinger wacht het

daar eindigt
de strooptocht

Read Full Post »

vigevlos schrijft hoge rekeningen uit
aan de krakers van het veelal

vigevlos is een vreemde vogel
zegt een vader tegen zijn zoon
die bark tegen een varken zegt
als het er slechts één is

bigeblos heeft geen adres van het beelal
weet de zoon
dit vindt zijn vader leuk gezegd
op de b na die een v moet zijn
maar misschien komt dat nog goed

bigeblos is geen bogel en geen bis

neen, zegt de vader, ook geen bis
niet voor herhaling vatbaar
de vader corrigeert zijn zoon niet
hij wijst op manieren van zien
en nieuwe mogelijkheden

vigevlos is in de war
dat heb je soms met vogelvissen
en wat kan er tegen bogelbissen zijn
als ook een bark bestaat

bovendien is meervoud niet enkelvoudig te duiden
een v niet veel meer dan een b
schrijft vigevlos en vraagt de jongen
wie die man is waar hij mee praat

dat is mijn dader zegt het kind
omdat het weet dat de v niet goed gaat komen

de dader?
ah, de vader
vigevlos beweegt zich
naar het licht en wijst

zie je daar dat kraakhelder perceel
daar woon ik
vind je dat niet onwaarschijnlijk veel
om te geloven

Read Full Post »