Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘jeugd’

overal vlaggen

de toekomst van Nederland

is geslaagd

Advertenties

Read Full Post »

toen ik nog dacht

dat wind uit een wolk kwam

één met dikke wangen en

een tuitmond

.

toen ik al wist dat

alles in mij waar is

maar dat het tegendeel al

leek bewezen

.

dat zelfs van de boom

die er niet meer is

de plek waar hij stond

wordt betwist

Read Full Post »

Wat fijn dat je naam met een T begint. Geen enkele andere tante hoeft zich aangesproken te voelen. Vanmorgen heb ik na liggen denken over het geloof. Geloof is iets van jezelf vind ik. Je mag het een ander niet opleggen.
Vroeger maakte je prachtige kleertjes voor mijn poppen. Je was naaister van beroep en dat kon je aan die kleertjes wel zien. Zelf droeg je nonnenkleding maar dat zag ik niet, of misschien moet ik schrijven, ik zag het wel maar het overheerste niet. Wat ik zag was je bril met daarachter die ogen van je, daar stond in: Ik ga je blij maken. Oké, het boezemde ook wel wat ontzag in, je habijt.

Geloof is iets van jezelf, wat een vreemde gedachte om mee te ontwaken. Jij was gelovig, een bruid van God.
Ik heb ook nonnenkleding gedragen. Eén keer. Het staat je goed, je zou ook non moeten worden, zei je. Je lachte erbij .De buurvrouw grapte, ik zou je niet herkend hebben als je die schoenen niet gedragen had.
Nee, je legde me niets op en daarom was het fijn als je op bezoek kwam. Op een dag ging je burgerkleding dragen, dat mocht van de kerk… Ik herinner me je prachtige mantelpakjes. Je zag er altijd uit om door een ringetje te halen.
Vaak heb ik me afgevraagd of je gelukkig was. Soms was je misschien eenzaam? Was non worden een vrije keuze?
Je hoeft geen antwoord te geven.
Ik zou willen dat iedereen besefte dat het waar is wat ik vanmorgen dacht. Niemand heeft het recht je af te dwingen van dezelfde, of op dezelfde manier van God te houden.
Geloof is iets van jezelf!
Ja tante T, daar geloof ik stellig in en de kleertjes die je maakte voor mijn Barbie heb ik nog.
Liefs,
Je nicht J

 

heel voorzichtig
even omzien, de uren
uiteen geschoven

Read Full Post »

Het is weer zover. De melk is op, er is geen kaas meer.

Je winkelwagentje heeft voor de verandering een afwijking naar links, dat komt goed uit, besluit je na wat gehannes, je begint te veel naar rechts over te hellen.

Bij de koeken aarzel je en denkt, de koek is op, hoe vaak zei ik dat al? Een rol Maria biscuitjes ligt nog voor je een antwoord hebt kunnen bedenken in het karretje en voert je meteen even terug naar vroeger. Was het nog maar een beetje zo, een koekje verkruimelen in een pannetje, een stukje appel erbij, het fornuisje aansteken met een aanmaakblokje. Proeven papa? Ze doen het tegenwoordig in Japan maar dan echt alles in het klein, zag je op tv. Je overweegt een verhuizing naar Japan maar bedenkt dan dat je nog wel ergens een oud kookkacheltje hebt staan, dat scheelt een hoop gedoe.

Bij de wijn staat een man van om en nabij de 80 met een fles rode wijn in zijn hand. Mevrouw, vraagt hij, kent u deze toevallig? Merlot, zie je en antwoordt dat het een goede wijn is, soepel, zeg je. De man zet hem terug. Hij houdt waarschijnlijk niet van soepel, begrijp je en denkt er goed aan te doen hem op een Bordeaux te wijzen. En die, klink je met een verbazingwekkende kennersstem, is nogal stroef maar wel vol en krachtig. De man, hij lijkt wat op Rutger Kopland, kijkt naar de prijs en dan naar jou. Hij schraapt zijn keel en je bereidt je voor op een avond in de tuin. Prijzig, zegt hij.

Bij de eieren zoek je, denkend aan je culinaire verlangen, naar de kwarteleieren.

Eenmaal aanbeland bij de kassa met de gebruikelijke boodschappen en de biscuitjes zie je de man terug. Hij heeft voor de Merlot gekozen én de Bordeaux. Als hij je ziet, grinnikt hij wat verlegen en zie je een zweem van de jongen die hij eens was terug in zijn blik. Hij wijst op je biscuitjes. Die zijn lekker, zegt hij, met een beetje boter en hagelslag. Hij pakt iets van de band en toont het je. Het zijn ook Maria biscuitjes. Hij maakt een wat beverig dansje van voorpret. U vergat de hagelslag, merk je quasi droogjes op en hij laat een bulderende lach op je los. De kassière die net nog wat melancholisch voor zich uit zat te kijken lacht mee ook al weet ze niet precies waarom. Voor drie mensen maakt de wat grijze dag plaats voor een zonnig doorkijkje. De vrouw achter je laat een pot appelmoes vallen, hij spat uiteen aan haar voeten. Shit, klinkt het hartgrondig. Scherven brengen geluk, wil je zeggen maar je houdt je in bij het zien van de ravage aan haar voeten en de appelmoesspetters die aan haar broek kleven. De kassière haalt de biscuitjes over de scanner en merkt op dat ze er heel lang geleden, toen ze nog klein was wel eens hagelslag op deed. Dat is me toch lekker, zegt ze. De man en jij kijken mekaar eens aan en krijgen de slappe lach. De appelmoespotvrouw vraagt of de pret wellicht over haar gaat. Ook, hikt je tijdelijke partner in crime. Pas dan lijkt de kassière te zien wat er gebeurde. Een mevrouw heeft een pot appelmoes stuk laten vallen, schalt haar stem via een microfoon door de winkel. De vrouw kucht gegeneerd. De man biedt haar een biscuitje aan en je weet weer precies waarom boodschappen doen soms best leuk is.

bij de groenteman

een weekendhulpje ordent

het schap met druiven

Read Full Post »

Soms denk ik nog wel eens aan meneer pastoor. Meneer pastoor kwam vaak bij ons thuis op bezoek. Dat was gewoon in de jaren vijftig. Meneer pastoor was ook nog eens de broer van mijn vaders beste vriend. Het was dan ook vooral daarom denk ik dat de kleine Hoedemakers hem onmiddellijk opviel toen zij op een dag – in het gezelschap van een hoop collega kleuters – aangehuppeld kwam. We waren op weg naar het gymlokaal. Dat er mede door dat huppelen een ongelukje was gebeurd kon meneer pastoor niet weten. Hij pikte mij tussen al die kleuters uit en tilde me op. Die eer viel me ten deel precies op het moment dat ik in mijn broek gepoept had. Ik geneerde me ontzettend want, ook al dacht ik niet dat het zou stinken, hij zou het ongetwijfeld voelen. Als meneer pastoor al iets gevoeld of geroken had, hij liet het niet merken. Hij knuffelde me, zei iets over het kleine slimme Hoedemakertje en zette me terug op de grond. Niets gemerkt, dacht ik opgelucht en huppelde verder, al was het zo dat ik me niet langer comfortabel voelde. Een broek vol huppelt nu eenmaal niet lekker. Dat de eer van het optillen nog andere consequenties had realiseerde ik me niet. Dat ontdekte mijn moeder thuis. Omdat meneer pastoor mij opgetild had was de poep een soort van geplet. Mijn moeder strafte me voor het broekpoepen en de smeerboel die zij op moest ruimen. Ik mocht ’s avonds na school voor straf niet buiten spelen. Het raam in de gang van ons thuis keek uit op een tegen een dijk oplopend grasveld waar we veel tijd doorbrachten. Ik herinner me dat ik met mijn neus tegen de ruit gedrukt stond en al die vreugde van spelende en joelende kinderen aan me voorbij zag gaan.
Ik heb sindsdien nooit meer in mijn broek gepoept en soms, als ik moeite heb met mijn stoelgang, dan huppel ik eens wat en ben ik weer die kleuter met haar strak achterover geborstelde haar en de paardenstaart die dag in dag uit met haar mee zwiepte gelijk de staart van een kittig raspaardje

voorgoed verbonden
met het historisch stadje
een fataal scheetje

Haiku uit: Pauwenveren en judaspenning

Read Full Post »

 

 

hoe het is als je kind, dag, zegt,

dag tegen jou en je denkt nog,

het kan niet voorgoed zijn.

 

Dag kind, zeg je,

dag meisje met je hart op het noorden.

Dag zus ook,

met je eeuwig verlangen op zuid.

 

Hoe vreugde een wending krijgt,

sporen vertekend raken.

 

Houvast vlucht al mijn harten uit.

 

Read Full Post »

van wie
is de wereld papa
vraagt een kind en
verandert
in het antwoord

Read Full Post »

Older Posts »