Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘hart’

Coba is een wonderlijke verschijning. Haar zandkleurige haar is altijd strak achterover tot een staartje bijeen gebonden. Ze is tenger, meer pees en spier dan vet en haar snuitje is lang en smal. Coba is een schatje om te zien en je denkt al snel dat je haar in je zak hebt zitten. Dat is fout gedacht. Als Coba iets niet van plan is moet je van goede huize komen wil je haar overtuigen. Ze laat zich vallen en begint te krijsen als je haar vriendelijk doch zeer beslist bij de arm neemt en als je haar overeind wilt helpen dan grijpt zij zich vast aan de tafelpoot. Ze is sterk, je legt het af en kunt enkel hopen dat de bui snel overdrijft.

Als de bui eenmaal voorbij is dan is Coba lief. Ze kleurt, sorteert knopen in een bakje en komt elke dag even naar je toe. Dan kijkt ze ernstig naar je op en vraagt; zuster, is het vandaag vrijdag?

Nee Coba, het is maandag.

Ze kijkt je lang aan, schuift haar onderlip over haar bovenlip en lijkt een afweging te maken tussen gaan krijsen of berusten.

De volgende dag komt ze weer, vol verwachting vuurt ze haar vraag op je af; zuster, is het vandaag vrijdag?

Nee Coba, het is dinsdag. Ze gaat gelaten aan tafel zitten en gooit knopen in haar bakje.

Zuster, is het vandaag vrijdag?

Nee Coba, het is woensdag. Ze gaat een hondje kleuren tot het lijkt alsof het in een kuiltje poept.

Zuster is het vandaag vrijdag?

Het is vandaag donderdag Coba.

Zuster, is het vandaag vrijdag?

Ja Coba, het antwoord verheugt ook jezelf, vandaag is het vrijdag!

Coba begint te jubelen, dan ben ik vandaag jarig. Haar onderlip schuift verder dan al die keren ervoor over haar bovenlip en haar ogen veranderen in kleine sterren.

Coba is jarig, Coba is jarig.

We zingen voor haar uit volle borst Lang zal ze leven.

Elke week weer

.

 

een windmolentje –

het buurmeisje schittert

van het waaien

Advertenties

Read Full Post »

want als ik niet schrijf
schrijven anderen gewoon door
zonder er ook maar een moment
bij stil te staan hoe ik
het zeggen zou

als ik zwijg
dan nemen zij het woord en
wenden niet aan
wat er voor mij toe doet

daarom is het
dat ik me nietig voel
maar ook reus

daarom schommel ik
duw ik mezelf hoger
steeds hoger en lieg ik nooit
over de toestand van mijn hart
dat trillend vaak
onder de oppervlakte leeft
van de borst die ik opzet

zo bij tijden

Read Full Post »

bij mijn ouders graf

schreef ik een haiku

over rouwmuggen

Read Full Post »

net toen ik aan de wereld wilde vragen waarom ik eigenlijk was uitgenodigd om te komen leven zag ik een rood geschilderde, houten kerk op een wankel tafeltje staan. De deuren zwaaiden uitnodigend open. Als in een roes trok ik mijn gele poppenlaarzen aan en stapte naar binnen.

Helemaal vooraan nam ik plaats op een bank waarvan je aan het hout kon zien dat er al behoorlijk wat houtwormen mij voor waren gegaan .

Er plakten duivenveren op de vloer en tegen de wanden.

Dankjewel, klonk plotseling een vriendelijke mannenstem.

Waarvoor? vroeg ik, in alle bescheidenheid denkend aan de vraag die mij hier bracht.

Dat je naar binnen durfde te komen, de stilte gele laarsjes bracht en nieuwsgierigheid, luidde het antwoord.

Devoot boog ik het hoofd. Pas toen de mannenstem me vriendelijk vroeg of ik wellicht de duivenveren wilde opruimen werd ik even te groot voor het kerkje. Al snel dacht ik echter het verzoek als een antwoord op mijn vraag te mogen begrijpen

Ik was uitgenodigd om te zijn wie ik ben, soms argeloos, soms nieuwsgierig en altijd geschikt voor wedervragen en het opgelegd krijgen van schijnbaar nutteloze taakjes.

bijna onvindbaar
als de zerk onder het mos
een verwaarloosd hart

Read Full Post »

een verdord blad
houdt zich vast aan de tak
die het losliet

Read Full Post »

als ik je hondje was

.

 

zou je me trimmen

zou je er aan denken mijn nagels

te knippen, mijn tanden te poetsen

.

 

als ik je tuin was

.

 

zou je me volpoten

met laatbloeiers

eenjarigen

.

 

en zevenblad

zou je het verwijderen

of denken

 

.

 

zevenblad groeit hier niet voor niets

Read Full Post »

over het maken
van foto’s die zijn handen
op tafel leggen
voor eeuwig de nagels en de
aders tonend

de blauwe heuvels
die zich uitstrekten tot aan het bruin
van zijn vingertoppen

rivieren van strelen
van nerveus stromende golven
zwaarmoedigheid

dat er soms as
uit zijn gehoor viel zag ik
en
hoe we samen
op de asbak gelegd opgingen
in rook

zijn schedel moet ik melden
het glanzen dat steeds zichtbaarder
als een spiegeltje over het plafond sprak

zo hij daar zat
die toch al gebogen schouders
het grijze kroontje

hij heeft me
stemmen toebedeeld
die ik soms inzet

dit is de stem van de heks

achterover leunend
nam ik zijn bank in bezit
leefde in zijn huis

ik verplaatste stoelen
gaf glans aan wat hem dof stemde
bood aan, woog af
snoof soms de geur op
van onverkwikkelijke gewoontes

wat had hij aan advies

je zou het niet
in mijn woorden waarderen
ik zwijg dus

niets ga ik zeggen
over de spinnenwebben
in je geest

niets over de spin
die zich over je horizon
voortbewoog

wie wil de vlieg zijn
in een verhaaltje over de
spin die de vlieg vangt

wie wil de spin zijn

zou je iemands toekomst kunnen worden
zoiets vroegen we niet
wat heb je aan antwoorden

een stevige wandeling
langs het meer, brood mee
voor de meeuwen

en de camera
voor die eeuwige krijs die
diep vanuit de in veren
verscholen borst over de stilte valt
zo mag het hè
zo mag een wereld
eten van je brood

delen in onze schamele weerstand

wat moet een mens
met een overvloed aan vreugde
als iets diep vanbinnen
niet om vreugde vraagt maar hongert
naar de roes

naar de binnenkamer
waarvan de wanden met geluiddempende
kussens werden bedekt

een reuze sieradenkist
met daarin glinsterend
de onyx die je bent

Read Full Post »

Older Posts »