Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘haibun’

 

Ik vind ze leuk, meestal dan toch. De rommelmarkt waar ik gisteren was ervoer ik echter als een ramp. Om te beginnen was het loeidruk. Ik kon bij geen enkele kraam kijken omdat ik niet tussen de anderen kijkers kon komen. Snel doorlopen was er ook niet bij. Boodschappenwagentjes, rugzakken, brede dames van middelbare leeftijd, kwekkend met elkaar, om en nabij de 30 cm. van een kraam verwijderd.

Och kek doar, zoween had ik vruger ok.

Wè vinde gij, zal ik dees kupke kope of dè.

Ge snapt oit nie woar ut vandoan komt war.

Nou ik wel, kom mar is bij men kijke.

Enzovoort.

Mannen, traag, groot soms en breed en de armen altijd wat van het lichaam gehouden als zit er een struisvogelei onder de oksels. Uw ei is klaar, wil ik soms zeggen maar ik zeg niets, ik moet er niet aan denken wat er zou kunnen gebeuren als mijn opmerking verkeerd uitpakt Ik probeer mezelf zo efficient mogelijk tussen het publiek door naar de gewenste plekken te bewegen. Vaak lukt dat, gisteren niet tot nauwelijks. Ik voelde me vollopen met opstandige, negatieve energie, voor de volle honderd procent bereid tot duwen en desgewenst schoppen of stiekem knijpen.

Kek, Mien, dees is een skon ketting voor jullie Petra.

Die houdt nie van gruun.

Ohw, dees dan.

Knijpen, schoppen, erbij wil ik.

Bij een mevrouw die tussen de potjes en glazen, een doos vol sieraden heeft staan is het zowaar vrij rustig. De negativiteit die nog niet tot daden leidde stroomt geheel vrijwillig mijn lijf weer uit. Ik rommel in de doos en houd een handvol over waar ik tevreden mee kan zijn. We maken een prijs en ik – een stuk opgewekter nu – scharrel verder.

.

op de rommelmarkt

na het gedring even rust

bij een boekenkraam

Advertenties

Read Full Post »

Coba is een wonderlijke verschijning. Haar zandkleurige haar is altijd strak achterover tot een staartje bijeen gebonden. Ze is tenger, meer pees en spier dan vet en haar snuitje is lang en smal. Coba is een schatje om te zien en je denkt al snel dat je haar in je zak hebt zitten. Dat is fout gedacht. Als Coba iets niet van plan is moet je van goede huize komen wil je haar overtuigen. Ze laat zich vallen en begint te krijsen als je haar vriendelijk doch zeer beslist bij de arm neemt en als je haar overeind wilt helpen dan grijpt zij zich vast aan de tafelpoot. Ze is sterk, je legt het af en kunt enkel hopen dat de bui snel overdrijft.

Als de bui eenmaal voorbij is dan is Coba lief. Ze kleurt, sorteert knopen in een bakje en komt elke dag even naar je toe. Dan kijkt ze ernstig naar je op en vraagt; zuster, is het vandaag vrijdag?

Nee Coba, het is maandag.

Ze kijkt je lang aan, schuift haar onderlip over haar bovenlip en lijkt een afweging te maken tussen gaan krijsen of berusten.

De volgende dag komt ze weer, vol verwachting vuurt ze haar vraag op je af; zuster, is het vandaag vrijdag?

Nee Coba, het is dinsdag. Ze gaat gelaten aan tafel zitten en gooit knopen in haar bakje.

Zuster, is het vandaag vrijdag?

Nee Coba, het is woensdag. Ze gaat een hondje kleuren tot het lijkt alsof het in een kuiltje poept.

Zuster is het vandaag vrijdag?

Het is vandaag donderdag Coba.

Zuster, is het vandaag vrijdag?

Ja Coba, het antwoord verheugt ook jezelf, vandaag is het vrijdag!

Coba begint te jubelen, dan ben ik vandaag jarig. Haar onderlip schuift verder dan al die keren ervoor over haar bovenlip en haar ogen veranderen in kleine sterren.

Coba is jarig, Coba is jarig.

We zingen voor haar uit volle borst Lang zal ze leven.

Elke week weer

.

 

een windmolentje –

het buurmeisje schittert

van het waaien

Read Full Post »

Elke ochtend zit ik een uur of langer op de bank. Soms zit ik er zo lang dat ik weiger om nog langer te blijven zitten, dan ga ik stofzuigen, wassen en andere huishoudelijke dingen doen. Of ik stap in mijn auto en ga ergens heen. Het zijn de momenten waarop ik een hekel heb aan de bank en het leven dat bij die bank lijkt te horen.

Elke ochtend begin ik opnieuw en kijk ik met een frisse blik naar alles wat toch echt hetzelfde is als gisteren en al die dagen daarvoor. Aan alles om me heen kleeft een verhaal en vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe een merel uit de vijver drinkt. Ik zie de vitrage licht bewegen en de buurvrouw langskomen. Ze wordt nu echt oud, ze draagt al 10 jaar een paars tasje met zich mee en langzaam maar zeker kwam dat tasje steeds dichter bij de grond te hangen. Ik zie haar bij me naar binnen spieden, terwijl ik mijn gedachten plooi in een boekje dat ik op de kop tikte op een rommelmarkt. Het huis is nooit stil. Alles in en om me heen leeft en de zon tovert met haar licht steeds opnieuw een iets andere kamer. ’s Morgens of ’s avonds, het huis en de zon kunnen goed met elkaar overweg en ik mag dat zien. Een enkele keer komt er een liedje langs gefloten, een fluitende buurman, als hij alweer weg is blijft het liedje nog even hangen. Mijn gedichten ontstaan eenvoudig maar zouden niet ontstaan als ik me deze vrijheid om lekker lang op die bank te zitten niet gunde. Bij de overburen is de glazenwasser bezig, ergens in de straat wordt een waterleiding gerepareerd. Twee jongens rennen naar school. Ik verzand in gedachten die niet goed voor me zijn en begin opnieuw. Dat is een privilege, dat steeds opnieuw kunnen beginnen in mijn eigen tempo, op mijn eigen manier, ik weet niet waaraan ik het te danken heb maar ik ben dankbaar. Ineens hoor ik dat ik zing, nou ja, zoemen is het meer. Tijd om op te staan en de bank de bank te laten. Niet zoemen. Leven.

hoe de zon

en dan weer de wolken

het zicht bepalen

Read Full Post »

 

Uw cholesterol is nog steeds te hoog.

O jee toch.

Het is niet alarmerend, u maakt ook goede cholesterol aan, daarom is het eindgetal zo hoog.

Deze aanvulling schepte enige verwarring, daarom vroeg ik: Kan dat kwaad, die goede cholesterol?

Helemaal niet.

Dus ik kan gerust snoepen zo nu en dan? Opgelucht dacht ik aan de appeltaart die thuis op me wachtte.

U kunt met een gerust hart rijstwafels of bijvoorbeeld van die Japanse knabbels nemen.

Nee dank u.

Wat zou u dan willen snoepen?

Tompoezen, appeltaart, appelflappen, roze koeken.

Oh. Dat soort dingen dus, zoetigheden. Ze ging verzitten.

Heerlijk, benadrukte ik.

Af en toe kan dat geen kwaad.

Af en toe is een rekbaar begrip, vond ik maar antwoordde, dat is fijn om te weten.

Ze mat mijn bloeddruk en vertelde dat die perfect in orde was, vervolgens moest ik gewogen worden.

Ik ging op de weegschaal staan en zei: 65, 7, net zoveel als vorig jaar.

Nee hoor, sprak ze me tegen, vorig jaar was het 64.2 u bent nu anderhalve kilo zwaarder.

Dan had mijn bank toch gelijk, kwekte ik vrolijk.

Uw bank?

Ja, mijn bank, die had pas nog aanmerkingen op mijn eh zitvlak.

,

tijdens het wegen

houdt zij haar borsten vast

alsof dat scheelt

Read Full Post »

net toen ik aan de wereld wilde vragen waarom ik eigenlijk was uitgenodigd om te komen leven zag ik een rood geschilderde, houten kerk op een wankel tafeltje staan. De deuren zwaaiden uitnodigend open. Als in een roes trok ik mijn gele poppenlaarzen aan en stapte naar binnen.

Helemaal vooraan nam ik plaats op een bank waarvan je aan het hout kon zien dat er al behoorlijk wat houtwormen mij voor waren gegaan .

Er plakten duivenveren op de vloer en tegen de wanden.

Dankjewel, klonk plotseling een vriendelijke mannenstem.

Waarvoor? vroeg ik, in alle bescheidenheid denkend aan de vraag die mij hier bracht.

Dat je naar binnen durfde te komen, de stilte gele laarsjes bracht en nieuwsgierigheid, luidde het antwoord.

Devoot boog ik het hoofd. Pas toen de mannenstem me vriendelijk vroeg of ik wellicht de duivenveren wilde opruimen werd ik even te groot voor het kerkje. Al snel dacht ik echter het verzoek als een antwoord op mijn vraag te mogen begrijpen

Ik was uitgenodigd om te zijn wie ik ben, soms argeloos, soms nieuwsgierig en altijd geschikt voor wedervragen en het opgelegd krijgen van schijnbaar nutteloze taakjes.

bijna onvindbaar
als de zerk onder het mos
een verwaarloosd hart

Read Full Post »

Alweer een tijd geleden bevond ik me in een haikumoment. Met mijn fototoestel en de poppen, waar ik ‘iets’ mee heb, was ik het bos ingetrokken en daar was het, hét moment.
Ik herinnerde me een uitspraak van een zeer gedreven haikudichteres. Een haiku, zo stelde zij, wordt op een haikumoment geboren. Welnu; ik ging op een boomstronk zitten en trachtte het moment in 5 -7 -5 lettergrepen te vangen, het fototoestel hinderlijk bengelend om mijn hals en de poppen even vergetend. Al snel gaf ik het op, klapte mijn romantische bloemetjesboekje dicht en raapte mijn poppen bij elkaar.
In gedachten verzonken struikelde ik en viel, ik vroeg me af of dit wellicht voor een senryu-moment kon doorgaan.
Een uitgelaten hond snuffelde aan me en terwijl ik overeind krabbelde keek zijn baas op me neer. U bent gevallen,’ constateerde hij.
Ik knikte slechts. Of deze ontmoeting nog tot het senryu-moment behoorde of dat ik in een nieuw moment was aanbeland, was wat ik dacht
Een van mijn poppen lag in een wat onhandige pose in het struikgewas. De man en ik keken er naar en zochten vervolgens elkaars blik, hij met opgetrokken wenkbrauwen.
Ik leek hem een verklaring schuldig en hing het fototoestel wat meer in beeld, dat zou moeten volstaan. Ik bevrijdde de pop uit haar netelige positie en vervolgde mijn weg.
Een beetje nederig nu. Ik begreep wel dat de man mij voor thuis als een overjarige poppenmoeder in een anekdote zou verwerken.
Zo had ik achtereenvolgend een haikumoment, een senryu-moment en een anekdotemoment.
Het moment voor een aforisme leek me aangebroken.

bij de bushalte
zij bestudeert haar nagels
hij de rest aan haar

Read Full Post »

Het is weer zover. De melk is op, er is geen kaas meer.

Je winkelwagentje heeft voor de verandering een afwijking naar links, dat komt goed uit, besluit je na wat gehannes, je begint te veel naar rechts over te hellen.

Bij de koeken aarzel je en denkt, de koek is op, hoe vaak zei ik dat al? Een rol Maria biscuitjes ligt nog voor je een antwoord hebt kunnen bedenken in het karretje en voert je meteen even terug naar vroeger. Was het nog maar een beetje zo, een koekje verkruimelen in een pannetje, een stukje appel erbij, het fornuisje aansteken met een aanmaakblokje. Proeven papa? Ze doen het tegenwoordig in Japan maar dan echt alles in het klein, zag je op tv. Je overweegt een verhuizing naar Japan maar bedenkt dan dat je nog wel ergens een oud kookkacheltje hebt staan, dat scheelt een hoop gedoe.

Bij de wijn staat een man van om en nabij de 80 met een fles rode wijn in zijn hand. Mevrouw, vraagt hij, kent u deze toevallig? Merlot, zie je en antwoordt dat het een goede wijn is, soepel, zeg je. De man zet hem terug. Hij houdt waarschijnlijk niet van soepel, begrijp je en denkt er goed aan te doen hem op een Bordeaux te wijzen. En die, klink je met een verbazingwekkende kennersstem, is nogal stroef maar wel vol en krachtig. De man, hij lijkt wat op Rutger Kopland, kijkt naar de prijs en dan naar jou. Hij schraapt zijn keel en je bereidt je voor op een avond in de tuin. Prijzig, zegt hij.

Bij de eieren zoek je, denkend aan je culinaire verlangen, naar de kwarteleieren.

Eenmaal aanbeland bij de kassa met de gebruikelijke boodschappen en de biscuitjes zie je de man terug. Hij heeft voor de Merlot gekozen én de Bordeaux. Als hij je ziet, grinnikt hij wat verlegen en zie je een zweem van de jongen die hij eens was terug in zijn blik. Hij wijst op je biscuitjes. Die zijn lekker, zegt hij, met een beetje boter en hagelslag. Hij pakt iets van de band en toont het je. Het zijn ook Maria biscuitjes. Hij maakt een wat beverig dansje van voorpret. U vergat de hagelslag, merk je quasi droogjes op en hij laat een bulderende lach op je los. De kassière die net nog wat melancholisch voor zich uit zat te kijken lacht mee ook al weet ze niet precies waarom. Voor drie mensen maakt de wat grijze dag plaats voor een zonnig doorkijkje. De vrouw achter je laat een pot appelmoes vallen, hij spat uiteen aan haar voeten. Shit, klinkt het hartgrondig. Scherven brengen geluk, wil je zeggen maar je houdt je in bij het zien van de ravage aan haar voeten en de appelmoesspetters die aan haar broek kleven. De kassière haalt de biscuitjes over de scanner en merkt op dat ze er heel lang geleden, toen ze nog klein was wel eens hagelslag op deed. Dat is me toch lekker, zegt ze. De man en jij kijken mekaar eens aan en krijgen de slappe lach. De appelmoespotvrouw vraagt of de pret wellicht over haar gaat. Ook, hikt je tijdelijke partner in crime. Pas dan lijkt de kassière te zien wat er gebeurde. Een mevrouw heeft een pot appelmoes stuk laten vallen, schalt haar stem via een microfoon door de winkel. De vrouw kucht gegeneerd. De man biedt haar een biscuitje aan en je weet weer precies waarom boodschappen doen soms best leuk is.

bij de groenteman

een weekendhulpje ordent

het schap met druiven

Read Full Post »

Older Posts »