Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘haibun’

Tante Madeleine was de vrouw van ome Christ, een oom van mijn vader . Ome Christ en tante Madeleine kwamen niet vaak op visite want ze woonden in België en waren al op leeftijd. Hun zoon heette Hubert, met de klemtoon op de e.
Tante Madeleine was een echte dame. Rijkelijk bepoederd en uitbundig bestoven met parfum. Ze droeg chique kleding. Bontjas, blouse met roesjes, mantelpakje, lippenstick, rouge. Ome Christ, je sprak dat uit als Kriest, was een gewone, onopvallende man. Groot en vriendelijk en je kon wel zien dat het een broer van opa was.
Als ze op bezoek kwamen wisten we dat we gezoend gingen worden door tante Madeleine. Drie keer. Eén wang was na de verwelkoming altijd iets roder dan de andere wang. Leuk vonden we het niet, we moesten het van mijn moeder toestaan. Mijn oudste broer mocht geen vies gezicht trekken en mijn zus en ik mochten niet giechelen.
Ik stond het gelaten toe, snoof haar geur op en voelde me een beetje verdwijnen in haar zachte, al wat aan veerkracht verloren lichaam.
We mochten ook niet lachen om haar Vlaamse tongval. Mij trof het vooral, dat ze altijd Ubèrt zei in plaats van Hubert. Ook bij andere woorden die met een h begonnen bleef die h achterwege. Omdat ik moeite had met het uitspreken van de s, ik sliste, schepte de ontdekking dat ook tante Madeleine een spraakgebrek had, een speciale band.
Soms herken ik tante Madeleine, in andere, op haar lijkende dames, rijkelijk bepoederde dames. Opgetut met parelkettingen en rinkelende armbanden en onschuldig kijkend, stellen ze vragen aan werknemers die zij op die manier een poosje voor zichzelf hebben. De haren bijgekleurd en gepermanent en altijd gehuld in een wolkje parfum, dat steevast even blijft hangen.

.

ze geeft me haar hand
even verdwijnt de mijne
in een kussentje

Read Full Post »

Nog half slapend keek ik toe hoe mijn partner een trui zocht in de kast. Dat hij naar een specifieke trui zocht werd me al snel duidelijk daar de ene na de andere trui werd opengevouwen en bekeken om vervolgens ongevouwen terug te worden gelegd.
Tja, wist ik, dat worden kreukels en zo ontstond de volgende haiku.

zij strijkt de kreukels
in zijn trui netjes glad
met een glimlach

Read Full Post »

Eens was er iemand in mijn leven die ‘gebruikte’. Ik weet niet precies wat en in welke mate maar er zat speed bij. Soms kwam ze bij me om geld te lenen en ook al had ik niet veel, ik leende het haar. Ze betaalde altijd terug, dat moet gezegd. Op een dag besloot ze om af te kicken, ik zou haar helpen. Ze leverde al haar zakjes speed bij me in en ik beloofde haar dat ik zou proberen om het te verkopen en zo haar geld terug te verdienen.
Opgewekt ging ik naar een kroeg waar ik wel vaker kwam en raakte er in gesprek met twee mannen die ik het spul aanbood. Ik moet hier even benadrukken dat ik er geen enkel benul van had wat ik nu eigenlijk precies aanbood. De barman hield mij nauwgezet in de gaten en toen de mannen niet wilden kopen en vertrokken kwam hij naar me toe. Meisje, meisje, fluisterde hij, wat je daar aan het doen bent mag niet maar bovendien is het erg gevaarlijk. Stop dat spul weg. Zijn toon joeg me angst aan en ik gaf meteen gehoor aan zijn verzoek. Hij gaf me een pilsje en knipoogde begrijpend en bovenal heel warm en beschermend.
Een week later, ik was naar een verjaardag, bleek dat er bij me geprobeerd was om in te breken terwijl ik weg was. De buurvrouw had het gezien en de inbreker nam de benen. We belden de politie, die kwam onmiddellijk. Vreemd vond de politie het dat de inbreker zowel voor als achter had geprobeerd binnen te komen. Dat doen ze nooit, zeiden ze, tenzij ze weten dat er iets speciaals in huis is. Is er dat? Nee, zei ik, intussen iets wijzer geworden en dus niet helemaal naar waarheid. Zij vertrokken weer en ik sloot alles extra goed af. Een paar dagen later kwam de eigenares van de speed langs en vroeg me het spul terug te geven, ze had een koper gevonden, zei ze. Ik gaf het en voor mij was daarmee de kous af. Pas jaren later, nog eens terugdenkend aan de omschrijving van de inbreker die de buurvrouw me had gegeven, viel het kwartje. Ik wist ineens wie die inbreker geweest was. Het was ook de enige die wist dat ik die avond niet thuis was. Ik ben bang dat ze geen koper had voor het spul maar het stoppen niet vol heeft kunnen houden. Iets wat ze niet heeft durven zeggen. Zo streng en voortvarend als ik destijds al kon zijn. Dat je iemand enkel kunt redden als hij of zij gered wil worden, dat is een les die ik wel geleerd heb.
.
zo mezelf te zien
met ogen waarin tranen
leerden aarzelen
.
Haiku uit Pauwenveren en judaspenning

Read Full Post »

Op een dag werd er een envelop bezorgd die duidelijk niet voor ons bestemd was. Ofschoon het adres klopte stond er in kinderlijk handschrift Tim boven. Omdat ik geen Tim kende heb ik de envelop opengemaakt in de hoop meer informatie aan te treffen, maar nee. Er zat een kaart in met een hart en achterop stond in datzelfde kinderlijke handschrift Jij bent mijn Valentijn x

Och, wat zou het jammer zijn als deze kaart niet aankwam. Ik stelde me een meisje voor, giechelend van spanning en een jongetje dat rood tot achter de oren zou kleuren. Ik besloot om Tim te gaan zoeken..

Na een paar keer tevergeefs te hebben aangebeld werd er opengedaan door een joch van een jaar of 11. Ben jij toevallig Tim? vroeg ik hoopvol. Nee, zei hij verrast, Tim woont daar. Hij wees. Nummer 5, vulde zijn vader aan vanuit de huiskamer.

Op nummer 5 woonde inderdaad een Tim, ik heb de kaart afgegeven en weer op weg naar huis dacht ik aan lange glijbanen, van de dijk suizen op het deksel van de wasketel, want de slee was al vergeven. Ik dacht aan sneeuwpoppen maken en sneeuwballen gooien. Aan de rotjong die met ijsballen gooiden, in de hoop op tranen en aan de tranen die ik bedwong, wat dan weer mijn score was. De wantjes, die aan touwen in mijn mouwen zaten, de ijskoude voeten. Rode neusjes, snottebellen, de schreeuwende stemmen van opgewonden kinderen.

vierenzestig

een kopie van haar moeder

in de winkelruit

Read Full Post »

Vannacht heb ik gedroomd dat er een haiku werd vermoord.

Ik heb geprobeerd het bloeden te stelpen maar werd weggeduwd door artsen die me wel even zouden laten zien hoe je een haiku redt.

Het spijt me piepte de haiku nog .

Het is me wat dacht ik vanmorgen toen er een haiku met me mee ontwaakte. Vecht niet om me zei hij, schrijf me.

.

brief aan een meester

de punt van mijn potlood breekt

al bij de aanhef.

.

Haiku uit: Pauwenveren en judaspenning – 2011

Read Full Post »

 

Ik vind ze leuk, meestal dan toch. De rommelmarkt waar ik gisteren was ervoer ik echter als een ramp. Om te beginnen was het loeidruk. Ik kon bij geen enkele kraam kijken omdat ik niet tussen de anderen kijkers kon komen. Snel doorlopen was er ook niet bij. Boodschappenwagentjes, rugzakken, brede dames van middelbare leeftijd, kwekkend met elkaar, om en nabij de 30 cm. van een kraam verwijderd.

Och kek doar, zoween had ik vruger ok.

Wè vinde gij, zal ik dees kupke kope of dè.

Ge snapt oit nie woar ut vandoan komt war.

Nou ik wel, kom mar is bij men kijke.

Enzovoort.

Mannen, traag, groot soms en breed en de armen altijd wat van het lichaam gehouden als zit er een struisvogelei onder de oksels. Uw ei is klaar, wil ik soms zeggen maar ik zeg niets, ik moet er niet aan denken wat er zou kunnen gebeuren als mijn opmerking verkeerd uitpakt Ik probeer mezelf zo efficient mogelijk tussen het publiek door naar de gewenste plekken te bewegen. Vaak lukt dat, gisteren niet tot nauwelijks. Ik voelde me vollopen met opstandige, negatieve energie, voor de volle honderd procent bereid tot duwen en desgewenst schoppen of stiekem knijpen.

Kek, Mien, dees is een skon ketting voor jullie Petra.

Die houdt nie van gruun.

Ohw, dees dan.

Knijpen, schoppen, erbij wil ik.

Bij een mevrouw die tussen de potjes en glazen, een doos vol sieraden heeft staan is het zowaar vrij rustig. De negativiteit die nog niet tot daden leidde stroomt geheel vrijwillig mijn lijf weer uit. Ik rommel in de doos en houd een handvol over waar ik tevreden mee kan zijn. We maken een prijs en ik – een stuk opgewekter nu – scharrel verder.

.

op de rommelmarkt

na het gedring even rust

bij een boekenkraam

Read Full Post »

Coba is een wonderlijke verschijning. Haar zandkleurige haar is altijd strak achterover tot een staartje bijeen gebonden. Ze is tenger, meer pees en spier dan vet en haar snuitje is lang en smal. Coba is een schatje om te zien en je denkt al snel dat je haar in je zak hebt zitten. Dat is fout gedacht. Als Coba iets niet van plan is moet je van goede huize komen wil je haar overtuigen. Ze laat zich vallen en begint te krijsen als je haar vriendelijk doch zeer beslist bij de arm neemt en als je haar overeind wilt helpen dan grijpt zij zich vast aan de tafelpoot. Ze is sterk, je legt het af en kunt enkel hopen dat de bui snel overdrijft.

Als de bui eenmaal voorbij is dan is Coba lief. Ze kleurt, sorteert knopen in een bakje en komt elke dag even naar je toe. Dan kijkt ze ernstig naar je op en vraagt; zuster, is het vandaag vrijdag?

Nee Coba, het is maandag.

Ze kijkt je lang aan, schuift haar onderlip over haar bovenlip en lijkt een afweging te maken tussen gaan krijsen of berusten.

De volgende dag komt ze weer, vol verwachting vuurt ze haar vraag op je af; zuster, is het vandaag vrijdag?

Nee Coba, het is dinsdag. Ze gaat gelaten aan tafel zitten en gooit knopen in haar bakje.

Zuster, is het vandaag vrijdag?

Nee Coba, het is woensdag. Ze gaat een hondje kleuren tot het lijkt alsof het in een kuiltje poept.

Zuster is het vandaag vrijdag?

Het is vandaag donderdag Coba.

Zuster, is het vandaag vrijdag?

Ja Coba, het antwoord verheugt ook jezelf, vandaag is het vrijdag!

Coba begint te jubelen, dan ben ik vandaag jarig. Haar onderlip schuift verder dan al die keren ervoor over haar bovenlip en haar ogen veranderen in kleine sterren.

Coba is jarig, Coba is jarig.

We zingen voor haar uit volle borst Lang zal ze leven.

Elke week weer

.

 

een windmolentje –

het buurmeisje schittert

van het waaien

Read Full Post »

Older Posts »