Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘boodschappen doen’

Het is weer zover. De melk is op, er is geen kaas meer.

Je winkelwagentje heeft voor de verandering een afwijking naar links, dat komt goed uit, besluit je na wat gehannes, je begint te veel naar rechts over te hellen.

Bij de koeken aarzel je en denkt, de koek is op, hoe vaak zei ik dat al? Een rol Maria biscuitjes ligt nog voor je een antwoord hebt kunnen bedenken in het karretje en voert je meteen even terug naar vroeger. Was het nog maar een beetje zo, een koekje verkruimelen in een pannetje, een stukje appel erbij, het fornuisje aansteken met een aanmaakblokje. Proeven papa? Ze doen het tegenwoordig in Japan maar dan echt alles in het klein, zag je op tv. Je overweegt een verhuizing naar Japan maar bedenkt dan dat je nog wel ergens een oud kookkacheltje hebt staan, dat scheelt een hoop gedoe.

Bij de wijn staat een man van om en nabij de 80 met een fles rode wijn in zijn hand. Mevrouw, vraagt hij, kent u deze toevallig? Merlot, zie je en antwoordt dat het een goede wijn is, soepel, zeg je. De man zet hem terug. Hij houdt waarschijnlijk niet van soepel, begrijp je en denkt er goed aan te doen hem op een Bordeaux te wijzen. En die, klink je met een verbazingwekkende kennersstem, is nogal stroef maar wel vol en krachtig. De man, hij lijkt wat op Rutger Kopland, kijkt naar de prijs en dan naar jou. Hij schraapt zijn keel en je bereidt je voor op een avond in de tuin. Prijzig, zegt hij.

Bij de eieren zoek je, denkend aan je culinaire verlangen, naar de kwarteleieren.

Eenmaal aanbeland bij de kassa met de gebruikelijke boodschappen en de biscuitjes zie je de man terug. Hij heeft voor de Merlot gekozen én de Bordeaux. Als hij je ziet, grinnikt hij wat verlegen en zie je een zweem van de jongen die hij eens was terug in zijn blik. Hij wijst op je biscuitjes. Die zijn lekker, zegt hij, met een beetje boter en hagelslag. Hij pakt iets van de band en toont het je. Het zijn ook Maria biscuitjes. Hij maakt een wat beverig dansje van voorpret. U vergat de hagelslag, merk je quasi droogjes op en hij laat een bulderende lach op je los. De kassière die net nog wat melancholisch voor zich uit zat te kijken lacht mee ook al weet ze niet precies waarom. Voor drie mensen maakt de wat grijze dag plaats voor een zonnig doorkijkje. De vrouw achter je laat een pot appelmoes vallen, hij spat uiteen aan haar voeten. Shit, klinkt het hartgrondig. Scherven brengen geluk, wil je zeggen maar je houdt je in bij het zien van de ravage aan haar voeten en de appelmoesspetters die aan haar broek kleven. De kassière haalt de biscuitjes over de scanner en merkt op dat ze er heel lang geleden, toen ze nog klein was wel eens hagelslag op deed. Dat is me toch lekker, zegt ze. De man en jij kijken mekaar eens aan en krijgen de slappe lach. De appelmoespotvrouw vraagt of de pret wellicht over haar gaat. Ook, hikt je tijdelijke partner in crime. Pas dan lijkt de kassière te zien wat er gebeurde. Een mevrouw heeft een pot appelmoes stuk laten vallen, schalt haar stem via een microfoon door de winkel. De vrouw kucht gegeneerd. De man biedt haar een biscuitje aan en je weet weer precies waarom boodschappen doen soms best leuk is.

bij de groenteman

een weekendhulpje ordent

het schap met druiven

Advertenties

Read Full Post »

Voor de vergeten boodschappen heb je geen winkelwagentje nodig. Je neemt zo’n blauw mandje waarvan je het hengsel kunt uitklappen en gehoorzaam rolt het achter je aan. Je hoeft er ook niet voor naar de Jumbo, waarom zou je, de AH is dichterbij en heeft het ook. Het aardige van zo’n karretje is het geluid dat die wieltjes maken. Je denkt automatisch aan Wim Sonneveld. Een kar die ratelt over de keien,.

Soms denk je dat je ook dat karretje niet nodig zult hebben. Je gaat voor één potje honing, of je hebt eigenlijk helemaal niets nodig. Je hebt gewoon zin in iets lekkers en stoot onmiddellijk door naar de vleeswaren, want dat is precies de plek waar vrijwel altijd een bord met blokjes kaas staat of zorgvuldig tot kokers opgerolde ham met daarnaast een sausje. Kom je bedrogen uit dan ga je naar de broodafdeling. Soms liggen daar krentenbollen of er staat een schaal met plakken cake. Er is altijd wel iets te proeven. Bij het zien van zo’n schaal ben je geneigd te denken dat je het wel zou weten als je dakloos was of aan de armoegrens leefde.
Na een dergelijk bezoek is iets lekkers kopen in feite niet meer nodig, je at het daar al.

Bij de kassa staat een vrouw nogal opzichtig te wezen. Van oordelen en vooroordelen hou je niet maar er staat een man voor die vrouw. Een man die steeds opnieuw veelbetekende blikjes, langs de vrouw heen naar jou werpt. Zijn ogen glijden vol pretlichtjes, afgewisseld met afkeuring, over haar verschijning en vinden dan steeds opnieuw je blik. Bij het zien van de oorbellen, creolen zijn het, mag dat wel? het malle hoedje en die opzichtige ringen aan haar vinger moet je toch even aan Jacob Cats denken: Al geef je een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding. Foei, maar och, je vergeeft het jezelf onmiddellijk, het is immers de schuld van die man. Je braaf zijn modus werd slechts voor een moment ontregeld.

Als je de potjes honing op de band zet, de roze koeken en wat bonusaanbiedingen – allemaal van die overbodigheden, omdat ze goedkoop zijn en niet nu maar later misschien van pas zullen komen – denk je aan het karretje dat op de zandweg reed, de maan scheen helder de weg was breed, de voerman … Het komt door die lopende band waarop je aankopen naar de caissière wiebelen en dat karretje dat net nog ratelde over de keien.

Je denkt ook aan oorlog en zelfs aan Hongerwinter maar toch bovenal aan ’s avonds lekker met een koek voor de tv.

Dat je wederom met meer naar huis gaat, veel meer dan waar je voor ging, dat baart je zorgen. Je nam je thuis zo stellig voor dat je enkel dat ene ding ging halen.

Je zoekt de confrontatie op en ziet de zwakheden, het gemak waarmee je van zuinige en weloverwogen klant naar het wellustige koopgedrag van de doodgewone consument overschakelde. Ineens ervaar je jezelf als iemand die met gigantische tengels een reuze kar vollaadt met overtollige, net over de datum, afgeprijsde etenswaren. De winkelier laat zijn zweep vlak naast je voeten knallen. Streng kijkt hij toe of alles op de band komt bij de kassa.

Je ontkomt niet aan jezelf in de schuifdeur van de uitgang. Je zakken puilen uit met boodschappen, dat krijg je als je geen tas mee neemt.

Voor de etalage bij de juwelier staat de vrouw met haar creolen. Als ze merkt dat je naar haar kijkt draait zij zich van je weg. Je ziet nog net een glimpje van de afschuw op haar gezicht. Thuis glijdt over het gezicht van je huisgenoten diezelfde afschuw. Het betreft de roze koek in je hand waar al een hap uit is maar je denkt te begrijpen dat er iets heel anders loos is en stamelt; Kafka.

Read Full Post »